U bent hier:Home Onderzoek Cijfers en Prognoses Recidivemonitor Lopende projecten
Hier volgt een overzicht van de projecten die in het kader van de WODC-Recidivemonitor worden uitgevoerd.
Voortgezette beschrijving van de strafrechtelijke recidive na verschillende soorten afdoeningen voor jeugdige en volwassen daders.
Voortgezette beschrijving van de strafrechtelijke recidive die volgt op een verblijf in een penitentiaire inrichting voor volwassenen.
Voortgezette beschrijving van de strafrechtelijke recidive die volgt op een verblijf in een justitiële jeugdinrichting (JJI).
Voortgezette beschrijving van de strafrechtelijke recidive die volgt op een verblijf in een TBS-kliniek.
Uitbreiding van het vaste onderzoek van de WODC-Recidivemonitor met de groep daders die onder verantwoordelijkheid valt van de reclasseringsorganisaties.
Het jaarlijks in kaart brengen van verschillende informatie met betrekking tot jeugdige en volwassen zeer actieve veelplegers van criminaliteit en de reactie van politie en justitie met behulp van de primair-procesmonitor. Hiermee worden de recidive en de achtergronden van zeer actieve volwassen en jeugdige veelplegers gevolgd op basis van HKS-gegevens, CVS, OMDATA, TULP, OBJD en RISc.
Uit een WODC-enquête uit 2003 bleek dat ten minste 14 Europese landen beschikken over recidivecijfers op nationaal niveau. Deze landen hebben zich verenigd in de European Research group on National Reconviction rates (ERNR), een werkgroep die geregeld bijeenkomt om de mogelijkheden tot internationale vergelijkingen van recidivecijfers te verkennen. In 2009 hebben Nederland, Engeland & Wales en Schotland het initiatief genomen tot een pilotstudie. Doel van de studie is de recidivecijfers onderling beter vergelijkbaar te maken. Aan de hand van een stappenplan zijn de onderzoeksmethoden van de drie landen zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming gebracht. Daarna zijn de nationale recidivecijfers opnieuw berekend. De volgende stap is dat ook andere landen zich bij de pilot aansluiten. Per land wordt bekeken in hoeverre men zich aan de gemeenschappelijke definities kan houden, om zo de vergelijkbaarheid van de cijfers uit de diverse landen te optimaliseren.
Strafrechtelijke interventies worden in Nederland steeds vaker ingericht volgens de richtlijnen van de what works-benadering waarin met empirisch onderzoek wordt nagegaan onder welke condities straffen en maatregelen uitzicht bieden op speciale preventie, het voorkomen van recidive. De inzichten over ‘effectieve interventies’ worden vooral ontleend aan buitenlandse overzichtstudies. Maar hoe zit het met het nationale onderzoek? Welke strafrechtelijke interventies zijn in ons land succesvol gebleken? Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw worden in Nederland recidivemetingen verricht om de effectiviteit van strafrechtelijke interventies vast te stellen. Inmiddels zijn er meer dan 120 van dergelijke evaluaties verricht. Omdat het veelal gaat om kleinschalige studies gericht op specifieke dadergroepen, heeft het onderzoek weinig algemene kennis opgeleverd. Een systematische samenvatting van de resultaten van de diverse onderzoeken kan daarin wellicht verandering brengen. Het WODC voert op dit moment een meta-analyse uit op alle evaluatiestudies die op ons taalgebied zijn verschenen.
Veel beleidsprogramma’s op het terrein van de strafrechtstoepassing zijn gericht op het terugdringen van recidive. In binnen- en buitenland is veel onderzoek verricht naar de uitkomsten van strafrechtelijke interventies en naar het succes van criminaliteitspreventiemaatregelen in het algemeen. De informatie over de achtergrond, uitvoering en effectiviteit van de onderzochte interventies is voor gebruikersgroepen als rechters en officieren van justitie, beleidsmedewerkers, veldwerkers en onderzoekers niet altijd gemakkelijk toegankelijk. Om deze reden werkt het team van de Recidivemonitor mee aan de ontwikkeling van een webportal over de effectiviteit van justitiële interventies. Via deze Portal kan informatie worden opgevraagd over bestaande interventies, voor jeugdigen en voor volwassenen. De Portal biedt een overzicht van de uitkomsten van (internationale) research syntheses, Nederlandse effectstudies en overig Nederlands onderzoek naar de effectiviteit van interventies.
Het doel van dit project is het vaststellen van de recidive onder deelnemers aan een drietal educatieve maatregelen voor verkeersovertreders. De Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) is een algemene cursus over de risico's van alcoholgebruik in het verkeer. Het Alcoholslotprogramma (ASP) is bestemd voor de relatief kleine groep zware drinkers. Het bestaat uit het plaatsten van een alcoholslot in de auto en een begeleidingsprogramma. De Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) richt zich op bestuurders die schuldig hebben gemaakt aan risicovol rijgedrag, zoals snijden of bumperkleven. Ook bij een eenmalige zeer zware snelheidsoverschrijding kan een EMG opgelegd worden. De recidivemetingen maken deel uit van een bredere uitgevoerde evaluatie van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, naar de effectiviteit van de betreffende programma’s.