Onderzoeksmethode | Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)

U bent hier:Home Onderzoek Cijfers en Prognoses Recidivemonitor  Onderzoeksmethode

Onderzoeksmethode

Op deze pagina wordt nader ingegaan op de onderzoeksmethode die gehanteerd wordt voor de Recidivemonitor.

Werkwijze Recidivemonitor

De WODC-Recidivemonitor is een langlopend onderzoeksproject waarin gestandaardiseerde metingen worden verricht onder uiteenlopende dadergroepen. De metingen verlopen volgens een vaste methode die wordt beschreven in de brochure 'De WODC-Recidivemonitor'. De brochure gaat in op de herkomst van de ruwe onderzoeksgegevens en de bewerkingen die daarop plaatsvinden. Tevens wordt stilgestaan bij de gehanteerde definities en de gebruikte analysetechnieken.

Meer informatie

  • De WODC-Recidivemonitor; 2011 (brochure)12-08-2011 | pdf-document, 0.22 MBIn deze 4e, herziene versie van de brochure wordt de methodiek van de WODC-Recidivemonitor beschreven. Van deze brochure is ook een Engelstalige versie beschikbaar.

Naar boven

Belangrijkste wijzigingen

De metingen verlopen volgens een vaste methode. Soms worden aanpassingen van deze methode echter noodzakelijk geacht. Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste wijzigingen sinds 2007. Wanneer een wijziging plaatsvindt worden de recidivecijfers met terugwerkende kracht – dus ook voor oudere cohorten – volgens de nieuwe werkwijze vastgesteld. De vergelijkbaarheid van de cijfers is dus niet in het geding.

Correctie strafdreiging Opiumwet
Sinds 2011 wordt de wettelijke maximale strafdreiging van Opiumwetdelicten met meer nauwkeurigheid vastgesteld. Dit heeft te maken met het feit dat de nummering van wetsartikelen in de Opiumwet in 1999 en in 2006 is gewijzigd door het tussenvoegen van nieuwe wetsartikelen. Voorheen werd bij het bepalen van de strafdreiging geen rekening gehouden met de pleegdatum van het Opiumwetdelict, maar dat is nu veranderd. De bijstelling van de strafdreiging is zowel naar boven als naar beneden. Per saldo levert dit een iets hogere (zeer) ernstige recidive op.
Datum inwerkingtreding: 1 juli 2011.

Opschoning van de indicatie rechtbank- of kantonfeit
In het JDS heeft een opschoningsactie plaatsgevonden waarbij feiten die ten onrechte als rechtbankfeit te boek stonden zijn omgezet in kantonfeiten. Als gevolg hiervan is het aantal personen in het onderzoek afgenomen. Bij de  meeste projecten van de Recidivemonitor worden namelijk alleen plegers van misdrijven gevolgd. De opschoningsactie heeft vooral consequenties gehad voor het aantal volwassen daders dat jaarlijks wordt gevolgd: de omvang van de cohorten 2005 tot en met 2008 is met ongeveer 2% per jaar afgenomen.
Datum inwerkingtreding: 1 juli 2011.

Voorlopige hechtenis
Deze wijziging betreft alleen de recidivemeting onder ex-JJI-pupillen. In 2011 is gebleken dat een deel van de afgesloten verblijven naar aanleiding van een voorlopige hechtenis geen echte verblijven zijn. Het gaat om celreserveringen van één of enkele dagen, zonder dat er feitelijk iemand heeft vastgezeten of is uitgestroomd. Sinds 2011 kunnen dergelijke ‘schijnverblijven’ nauwkeuriger worden verwijderd. Dit leidt tot een daling van het aantal ex-JJI-pupillen dat is uitgestroomd op de verblijfstitel ‘voorlopige hechtenis’.
Datum inwerkingtreding: 1 juli 2011.

Ondertoezichtstelling
Deze wijziging betreft alleen de recidivemeting onder ex-JJI-pupillen.Sinds 2011 kan de datum waarop de ondertoezichtstelling is beëindigd nauwkeuriger worden vastgesteld. Deze datum is het startpunt voor het meten van de recidive. Daarnaast is deze datum bepalend voor het cohort waarin de betreffende jongere is opgenomen. Door de veranderingen in de datum waarop de ondertoezichtstelling wordt beëindigd hebben zich verschuivingen voorgedaan, niet alleen in de omvang van de verschillende onderzoekscohorten, maar ook in de verdeling van kenmerken zoals sekse (ots‘ers zijn relatief vaak vrouw), aantal eerdere strafzaken (ots‘ers hebben relatief weinig eerdere zaken) en type delict (n.v.t. voor deze groep).

Definitie van recidivefrequentie
De definitie van de frequentie van recidive is in 2010 gewijzigd. Tot 2010 was de recidivefrequentie gedefinieerd als het gemiddeld aantal nieuwe justitiecontacten gedeeld door het totale aantal recidivisten. Zo was de frequentie van ernstige recidive tot 2010 gedefinieerd als het aantal nieuwe, ernstige justitiecontacten gedeeld door het totale aantal recidivisten (i.e. personenen met ten minste één recidivezaak, ongeacht de aard of de ernst daarvan). In 2010 is de definitie gewijzigd in het aantal nieuwe, ernstige justitiecontacten gedeeld door het aantal ernstige recidivisten (i.e. personen met ten minste één ernstige recidivezaak). Hetzelfde geldt voor andere recidivecriteria zoals zeer ernstige of ovs-recidive.
Datum inwerkingtreding: 1 juli 2010.

Datum van recidive
Tot 2007 werd het moment van recidive bepaald aan de hand van de datum waarop een nieuwe strafzaak werd ingeschreven bij het Openbaar Ministerie. Vanaf 2007 wordt niet meer uitgegaan van de inschrijfdatum, maar van de pleegdatum van het delict. De consequentie van deze wijziging is dat de duur tot aan recidive korter wordt. De pleegdatum ligt immers altijd vóór de inschrijfdatum. Een toename van de (prevalentie van) recidive is het gevolg. Tegelijkertijd echter, is het mogelijk dat een delict afgaand op de pleegdatum geen recidivedelict meer is, maar tot het strafrechtelijk verleden gerekend moet worden ('pseudorecidive'). In dat geval gaat de duur tot aan recidive juist omhoog, waardoor de (prevalentie) van recidive afneemt. Het netto-effect van deze twee wijzigingen verschilt per onderzoeksgroep. Over het algemeen veranderen de percentages ten hoogste met enkele procentenpunten, vooral in het begin van de observatieperiode.
Datum inwerkingtreding: 1 juli 2007.

Definitie van (zeer) ernstige recidive
De hoogte van de recidive wordt vastgesteld volgens een aantal criteria. Soms worden alle delicten tot recidive gerekend, soms alleen ernstige of zeer ernstige delicten. Vanaf 2007 worden er meer delicten aangemerkt als (zeer) ernstige recidive. Hiervoor zijn twee redenen. Door wijzigingen in artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering kan nu voor meer feiten voorlopige hechtenis worden opgelegd. Deze vallen onder de definitie van ernstige recidive. Daarnaast beschikken we vanaf 2007 over meer delictinformatie, waardoor meer delicten op waarde kunnen worden geschat en nu als ernstig of zeer ernstig worden herkend.
Datum inwerkingtreding: 1 juli 2007.

Naar boven

Eerdere brochures

Hieronder vindt u de brochures die in het verleden zijn uitgebracht.

Meer informatie

Naar boven

Verder zoeken op trefwoord