In de media

Uithuisgeplaatste kinderen zo snel mogelijk herenigen met hun ouders

Een WODC-onderzoek van Universiteit Leiden

Na gedwongen uithuisplaatsing gaan vier op de tien kinderen terug naar huis. Een op de vier kinderen wordt later opnieuw uit huis geplaatst. Dit blijkt uit WODC-onderzoek van Universiteit Leiden dat veel impact had op de jeugdzorg, juristen en beleidsmakers. Ook was het een centraal onderwerp tijdens het congres van Universiteit Leiden. Wat maakte het onderzoek zo belangrijk?  

Het is het eerste onderzoek waarin de praktijk van gedwongen uithuisplaatsingen en terugplaatsingen van kinderen zo grondig onder de loep is genomen. De onderzoekers analyseerden de dossiers van honderden kinderen die in 2018 door de kinderrechter uit huis werden geplaatst. Om het proces van terugplaatsing beter te laten verlopen, is meer gerichte hulp aan ouders nodig. Daarnaast kan bijvoorbeeld het contact tussen ouder en kind tijdens uithuisplaatsing en de werkwijze daarvan beter worden vastgelegd.  

Inzicht in de maatschappelijke discussie

Met deze resultaten geeft het onderzoek inzicht in de maatschappelijke discussie of jeugdbeschermers wel genoeg doen om kinderen na een uithuisplaatsing te herenigen met hun gezin. Want daar draait het volgens Mariëlle Bruning om. Zij is hoogleraar Jeugdrecht en hoofdonderzoeker van dit rapport: 'Mensen- en kinderrechten zijn duidelijk: een kind moet na uithuisplaatsing zo snel mogelijk weer worden herenigd met zijn ouders als de thuissituatie dat toelaat.'

Dankzij de duidelijke cijfers werd dit onderzoek nieuwswaardig en namen diversie vakgroepende hoofdboodschap in nieuwsberichten naar de achterban over. Ook bereikte het onderzoek de jeugdzorg, juristen en beleidsmakers zodat bevindingen uit het onderzoek direct in de praktijk konden worden toegepast. Daarnaast organiseerde Universiteit Leiden op 9 mei 2025 een congres waar de bevindingen en aanbevelingen uit het onderzoek centraal stonden.  

Lees meer over het onderzoekTerug naar 'In de media'