Rolf Willemse nieuwe afdelingshoofd EWB en plaatsvervangend directeur WODC

Per 16 mei start Rolf Willemse als hoofd van de afdeling Extern Wetenschappelijk Beleidsonderzoek en plaatsvervangend directeur. Hij is daarmee het nieuwe boegbeeld van de afdeling en neemt een dragende rol op zich voor het proces van onderzoeksprogrammering.

Rolf Willemse
Beeld: ©WODC

Rolf Willemse is als politicoloog gepromoveerd op een proefschrift over het bestaansrecht van de Nederlandse gemeente. Hij is bijna acht jaar verbonden geweest aan de opleiding bestuurskunde van de Vrije Universiteit Amsterdam. Vervolgens werkte hij zestien jaar bij de Rekenkamer Rotterdam, waarvan de laatste dertien jaar als teamleider en bureauhoofd. In zijn rol bij het WODC is Rolf eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het ontwerp, de aanbesteding, de begeleiding van het extern verrichte onderzoek (binnen personele en financiële kaders), en de impact van het onderzoek bij de gewenste stakeholders. Als plaatsvervangend directeur vervangt Rolf de directeur bij diens afwezigheid en is hij onder andere verantwoordelijk voor de samenwerking met de directie Innovatie, Kennis en Strategie van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Ook vertegenwoordigt Rolf het WODC in externe gremia.

Iedereen is enthousiast over de samenwerking

Het WODC kijkt uit naar de komst van Rolf. Gerty Lensvelt, directeur WODC: “Rolf heeft goed gevoel voor onderzoek doen binnen een politiek-bestuurlijke setting en de dynamiek die daarmee gepaard gaat. We denken in hem een stevige bestuurder te vinden met oog voor kwaliteit, belangen en onze mensen.”

Rolf zelf is ook enthousiast over zijn nieuwe uitdaging: “Het is een eer en genoegen om als afdelingshoofd mede leiding te mogen geven aan een professionele organisatie die hoogwaardig onderzoek aflevert. Ook aantrekkelijk is het brede werkterrein van justitie en veiligheid en de complexe politiek-bestuurlijke context daarvan. Ik kijk er verder naar uit om samen met het MT de positie van het WODC verder te versterken, de verspreiding van de onderzoeksresultaten te vergroten en het gebruik van de onderzoeksresultaten binnen en door het openbaar bestuur te bevorderen. En dat alles in een werksfeer die op mij open is overgekomen.”