Recidivemeting Forensische Zorg - uitstroom 2017

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 2412h
Type WODC-intern onderzoek

Samenvatting

Sinds 2008 is het Ministerie van Justitie en Veiligheid integraal verantwoordelijk voor de inkoop en de kwaliteit van alle forensische zorg (FZ). Deze verantwoordelijkheid vraagt om kennis over de strafrechtelijke recidive van ex-ontvangers van FZ. Deze kennis was weliswaar beschikbaar voor de maatregelen tbs en ISD maar niet voor de overige FZ. Daarom is het WODC gevraagd om in een vijfjarig onderzoeksprogramma de recidive voor de gehele FZ in beeld te brengen zoals dat in het kader van de recidivemonitor voor andere groepen justitiabelen al langer gebeurt.
In het kader van het programma Recidiveonderzoek Forensische Zorg 2016-2021 zijn methodes ontwikkeld om strafrechtelijke recidive tijdens en na forensische zorg (FZ) in kaart te brengen. Recidive na uitstroom uit de FZ is in 2018 (uitstroom 2013-14) en 2020 (uitstroom 2013-15) gerapporteerd, waarbij de onderzoeksmethode is doorontwikkeld (K. Drieschner, J. Hill en G. Weijters, Recidive na tbs, ISD en overige forensische zorg, 2018 en J.M. Hill, K.H. Drieschner en G.M. Weijters, Op zoek naar methoden om recidive tijdens een strafrechtelijk traject in kaart te brengen, 2020). In 2020 heeft de recidivemonitor een methode ontwikkeld om recidive tijdens strafrechtelijke trajecten te onderzoeken (K. Drieschner, J. Hill en G. Weijters, Recidive na forensische zorgtrajecten met uitstroom 2013-2015, 2020). Deze methode is in 2021 toegepast op recidive tijdens FZ-trajecten (K. Drieschner en N. Tollenaar, Recidive tijdens forensische zorgtrajecten 2013-2017, 2021). Uit recent onderzoek naar de dadergroep die onder toezicht van de reclassering staat bleek recidive tijdens het toezicht een substantiële bijdrage aan de verklaring van recidive na het toezicht te leveren (S. Verweij en G. Weijters, Recidive tijdens en na reclasseringstoezicht; een onderzoek naar de uitvoering van reclasseringstoezicht en de samenhang met recidive, 2020). Omdat er aanwijzingen zijn dat dit ook voor de ontvangers van FZ geldt, is het wenselijk om bij de herhaalmeting voor de FZ-uitstroom tot en met 2017 ook informatie over delicten gepleegd tijdens FZ-trajecten te gebruiken voor de uitsplitsing van de recidive na FZ-trajecten.
Binnen de FZ zijn alleen over tbs-gestelden en ISD’ers eerder recidivecijfers gerapporteerd. Deze groepen maken echter maar een klein deel van de totale FZ uit. Over het overige deel van de ontvangers van FZ zijn niet eerder recidivecijfers gerapporteerd. De methodiek van het recidiveonderzoek voor deze groep is door de complexe aard van de beschikbare databronnen stapsgewijs doorontwikkeld. Om deze reden zijn de recidivecijfers van de overige FZ-groep nog niet opgenomen in de standaardrapportage via de webapplicatie Repris. Het is wenselijk dat dit ter afronding van het onderhavige basisprogramma gebeurt.