Onderzoek langdurig gebiedsverbod (WLT)

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3125D
Type WODC-intern onderzoek

Samenvatting

Op 1 januari 2018 trad de Wet langdurig toezicht (WLT) volledig in werking, nadat in 2017 al een deel in werking getreden was. De WLT maakt het mogelijk de toezichttermijnen te verlengen die zijn geregeld in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering voor tbs’ers en overige zeden- en geweldsdelinquenten die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf. Daarbij kunnen dan aan de resocialisatie op de persoon toegesneden voorwaarden worden verbonden. Door langdurig toezicht kan een (dreigende) terugval of (dreigende) recidive tijdig wordt gesignaleerd en daardoor tijdig kan worden ingegrepen.
Binnen de WLT zijn onder meer mogelijkheden te onderscheiden om de onwenselijke situatie, waarin slachtoffers of nabestaanden onnodig worden geconfronteerd met de daders, te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld middels de aan de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) verbonden voorwaarde op basis waarvan de dader verplicht wordt te verhuizen (art. 6:6:23b lid 2n Wetboek Strafvordering). Dit deelonderzoek dient de wettelijke mogelijkheden te beschrijven van het opleggen van een langdurig gebiedsverbod om te voorkomen en te bezien of en zo ja, op welke wijze en in hoeverre van deze mogelijkheden gebruik wordt gemaakt. Ook dient bepaald te worden of de mogelijkheden die de wet biedt ter voorkoming van dergelijke confrontaties toereikend zijn.
Het onderzoek is een onderdeel van de aan de Tweede Kamer toegezegde evaluatie van de WLT (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2013–2014, 33816, nrs. 14, 15, 16 en Vergaderjaar 2018-2019, 24587 en 29452, nr. 744, p. 43). Naast de gebruikelijke evaluatie van de wet vijf jaar na de inwerkingtreding is bij deze wet ook aan de Tweede Kamer toegezegd de wet jaarlijks te monitoren en haar daarover te informeren (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2018-2019, 24587 en 29452 nr. 744, p. 43). Het doel daarvan is de werking van de wet in kaart te brengen en om eventuele wijzigingen aan te brengen, mocht dat nodig zijn. De onderzoeksvragen hebben betrekking op de periode voorafgaand aan de implementatie en de eerste twee jaar na implementatie van de wet (± 2015-2019).
Voor het monitoren en evalueren van de WLT heeft het WODC een onderzoeksprogramma opgesteld (M.H. Nagtegaal, Wet Langdurig Toezicht; Onderzoeksprogramma naar de toepassingen van de Wet langdurig toezicht in 2017-2022, 2020) en hiervoor de beleidstheorie geanalyseerd (M.H. Nagtegaal, in voorbereiding). De komende tijd zal het WODC ook de uitvoering van het onderzoeksprogramma ter hand nemen in de vorm van een aantal deelprojecten waarvan dit onderzoek (langdurig gebiedsverbod) een onderdeel is. De andere deelprojecten zijn: Procesevaluatie Wet Langdurig Toezicht (projectnr. 3125A), Monitoring toepassingen WLT 2018-2019 (projectnr. 3125B) en Kwaliteit van toezicht (WLT) (projectnr. 3125C).