Effecten en neveneffecten van verschillende prostitutiemodellen

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3201
Type Startend onderzoek

Samenvatting

Op 3 september 2020 werd in de Tweede Kamer een debat gevoerd over de seksbranche, naar aanleiding van het burgerinitiatief ‘Ik ben onbetaalbaar’, dat pleit voor invoering van het ‘Zweedse model’, dat wil zeggen strafbaarstelling van het kopen van seks. Tijdens dat debat heeft de staatssecretaris van het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer toegezegd te zullen onderzoeken wat de (neven)effecten van verschillende ‘prostitutiemodellen’ zijn (Handelingen Tweede Kamer, Vergaderjaar 2019-2020, nr. 97, item 4). Daarbij heeft zij ook toegezegd dat sekswerkers bij het onderzoek worden betrokken. Dit onderzoek voorziet in deze toezegging.
Internationaal gezien kan beleid en wetgeving t.a.v. prostitutie aanzienlijk verschillen, waarbij de uitgangspunten grofweg onder te verdelen zijn in een nadruk op strafbaarstelling òf legalisering van (de exploitatie van) prostitutie en/of het kopen van seks. Daarbij worden– op basis van de huidige (beperkte) kennis – globaal vier ‘prostitutiemodellen’ onderscheiden: 1. Prostitutie is volledig gelegaliseerd/legaal en gelijkgesteld aan elk ander werk in de service-industrie (bijvoorbeeld in Nieuw Zeeland); 2. Prostitutie is (deels) gereguleerd en daarmee (deels) legaal (bijvoorbeeld in Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, en sommige staten in Australië; 3. Prostitutie is niet strafbaar, het kopen en/of exploiteren van seks wel (bijvoorbeeld in Zweden, Noorwegen, Ierland, IJsland, Frankrijk); en 4. Prostitutie is strafbaar (bijvoorbeeld in sommige landen in (Oost-)Europa en veel landen buiten Europa).
In dit onderzoek wordt nagegaan welke ‘prostitutiemodellen’ (beleid en wetgeving) t.a.v. de seksbranche precies zijn te onderscheiden. Niet alleen worden prostitutiemodellen in beeld gebracht, maar ook de onderbouwing daarvan, de beoogde doelen en de wijze waarop deze doelen zouden moeten worden bereikt (met welke maatregelen en via welke subdoelen). De wijze waarop toezicht, handhaving, opsporing en vervolging georganiseerd en gerealiseerd worden is voor beleid en wetgeving ook relevant. Daarom wordt ook nagegaan in hoeverre hier – gekoppeld aan de prostitutiemodellen – aandacht voor is. Tevens wordt nagegaan wat de (neven)effecten van de verschillende prostitutiemodellen zijn, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan effecten t.a.v. de aard en omvang van seksuele dienstverlening, de werkomstandigheden en de maatschappelijke positie van sekswerkers en mensenhandel (d.w.z. seksuele uitbuiting).