Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3210
Type Extern onderzoek
Betrokken organisatie(s) Nederlands Studiecentrum Criminaliteit & Rechtshandhaving

Samenvatting

Op 1 juli 2016 is de uitbreiding van het spreekrecht van slachtoffers in het strafproces in werking getreden na een wijziging van het Wetboek van Strafvordering. Hierbij is de belemmering opgeheven dat er alleen mag worden gesproken over de gevolgen die het slachtoffer of de nabestaande zelf heeft ondervonden. Voorts kunnen sindsdien ook nabestaanden aanspraak maken op dit recht. Onbelemmerd spreekrecht betekent dat er geen beperkingen worden opgelegd aan het slachtoffer of de nabestaande over hetgeen hij/zij in het kader van de strafzaak aan de orde wil stellen, bijvoorbeeld de aard van het delict, de schuldvraag en de passend geachte straf.
Het doel van het spreekrecht is om het slachtoffer meer erkenning te geven in het strafproces en om bij te dragen aan het herstel van slachtoffers. De vraag is nu wat het onbelemmerd spreekrecht heeft opgeleverd. In hoeverre wordt er gebruik van gemaakt? Hoe verloopt het onbelemmerd spreekrecht in de praktijk? Heeft het wegnemen van de beperkingen ertoe geleid dat slachtoffers de geboden extra ruimte ook daadwerkelijk zijn gaan benutten? Draagt de uitbreiding van het spreekrecht bij aan de beoogde erkenning van slachtoffers volgens henzelf? Draagt het bij aan het (begin van) herstel van emotionele schade bij het slachtoffer? Is er sprake van onbedoelde en/of ongewenste effecten en zo ja, welke?