Onderzoek naar voor- en nadelen van zelfonderzoek en zelfmelden door bedrijven

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3221
Type Extern onderzoek
Betrokken organisatie(s) VU - Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Samenvatting

Bedrijven die worden verdacht van financieel-economische criminaliteit, schakelen regelmatig hun eigen huisadvocaten in om de gang van zaken binnen het bedrijf te onderzoeken. De betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de resultaten van dergelijk zelfonderzoek voor opsporingsinstanties is het onderwerp van het eerste deel van deze studie. Voor- en nadelen van zelfonderzoek worden geïnventariseerd.
Het tweede deel gaat in op de vraag hoe kan worden omgegaan met zelfmeldingen van bedrijven inzake financieel-economische criminaliteit. Hiervoor bestaan geen regels of richtlijnen, behalve dat het OM en de rechter dit kunnen meenemen in respectievelijk de strafeis en strafoplegging.
 

Dit deelonderzoek is een inventarisatie van ervaringen met het zelf melden van mogelijke fraude en corruptie door bedrijven in enkele andere landen op basis van een systematische literatuursearch, vergelijkend literatuuronderzoek, mogelijke jurisprudentie en een aantal interviews met terzake deskundigen. Vooralsnog wordt voor het onderzoek gedacht aan drie landen waar reeds kaders en randvoorwaarden bestaan voor het zelfmelden door bedrijven van financieel-economische delicten: Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Het betreft de meningen van voor- en tegenstanders van zelfonderzoek en van deskundigen die geen expliciete voor- of tegenstander zijn.
In de analyse over het zelfonderzoek dient ook de rol van forensisch accountants te worden meegenomen die door de verdachte bedrijven of door hun advocaten(kantoren) worden ingehuurd voor zelfonderzoek. Naast gepercipieerde voor- en nadelen van zelfonderzoek door verdachte bedrijven moet ook worden gevraagd naar voorwaarden waaraan (de inrichting van) eventuele regulering van zelfonderzoek zou moeten voldoen. Tevens wordt een reflectie gevraagd op de uitkomsten van de conclusies van het eerste deelonderzoek.