Wetsevaluatie flexibel cameratoezicht (artikel 151c Gemeentewet)

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3226
Type Extern onderzoek
Betrokken organisatie(s) Sander Flight Onderzoek & Advies

Samenvatting

Artikel 151c Gemeentewet geeft de raad de mogelijkheid om aan de burgemeester de bevoegdheid tot het instellen van cameratoezicht te verlenen. Aanvankelijk betrok dit enkel vast cameratoezicht, maar sinds een wetswijziging in 2016 kan op basis van dit artikel ook flexibel cameratoezicht worden ingezet. Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet dient de Minister van Justitie en Veiligheid aan de Staten-Generaal een verslag te zenden over de doeltreffendheid en de effecten ervan in de praktijk. Daarnaast heeft de minister in maart 2014 toegezegd dat er in de evaluatie van de wet op cameratoezicht ook de lokale afweging tussen veiligheid en privacy betrokken wordt en zal er in de evaluatie ingegaan worden op de praktische uitvoering van het kenbaarheidsvereiste (Tweede Kamerstukken, Handelingen Tweede Kamer, Vergaderjaar 2013-2014, 66-23, 25 maart 2014).
Het evaluatieonderzoek geeft inzicht in de samenwerking tussen gemeenten en politie bij het gebruik van flexibel cameratoezicht. Ook het kenbaarheidsvereiste (het publiek moet duidelijk worden geïnformeerd over het cameratoezicht in een bepaald gebied) is een onderwerp van onderzoek. Hoe gaan gemeenten daarmee om en hoe wordt veiligheid in de openbare ruimte afgewogen tegen privacy van de burgers? Een andere vraag is hoe gemeenten en politie een scheiding maken tussen de beelden die zij ontvangen van private partijen en de beelden die zij verkrijgen vanuit het flexibele cameratoezicht uit 151c. Daarnaast wordt bekeken hoe er omgegaan met de bewaartermijn van maximaal 28 dagen voor camerabeelden. Ten slotte wordt geïnventariseerd welke wensen er leven met betrekking tot de inzet van nieuwe technologieën, zoals drones.