Evaluatie Contraterrorismestrategie 2016-2020 - fase 2

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3234
Type Startend onderzoek

Samenvatting

De Contraterrorismestrategie 2016-2020 vormt een rijksbreed kader dat alle overheidspartners verbindt in een gezamenlijke aanpak voor het tegengaan van de terroristische en extremistische dreiging tegen Nederland. Deze strategie bouwt voort op de CT-strategie 2011-2015 en de evaluatie daarvan (Gericht, gedragen en geborgd interventievermogen? Evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie 2011-2015, Universiteit Utrecht, 2016). Lokale, nationale en internationale overheden werken samen met maatschappelijke organisaties, bedrijven en sleutelfiguren om preventieve en repressieve maatregelen te nemen.
De huidige Contraterrorismestrategie heeft een looptijd van 2016 tot en met 2020 en wordt nu voor de derde keer geƫvalueerd. De vorige twee evaluaties hebben zich geconcentreerd op proportionaliteit, legitimiteit, samenhang en interventievermogen. In de komende evaluatie dient de nadruk te liggen op effectiviteit en efficiƫntie en zo handvatten te geven om het beleid de komende jaren gerichter vorm te geven.
Deze derde evaluatie is gesplitst in twee fasen. De eerste fase brengt in kaart van welke beleidsmaatregelen uit de Contraterrorismestrategie de effectiviteit gemeten zou kunnen worden. In deze tweede fase wordt dan de effectiviteitsmeting daadwerkelijk verricht. In de eerste fase van de evaluatie van de CT-strategie zijn 30 beleidsmaatregelen uit de strategie nader onderzocht (Evaluatie Nationale Contraterrorismestrategie 2016-2020 fase 1; analyse en identificatie meetbare beleidsmaatregelen, Pro Facto, nog te verschijnen in 2021, projectnr. 3147). Per beleidsmaatregel is aangegeven hoe deze vanuit het perspectief van de overheid verondersteld wordt bij te dragen aan de realisatie van de doelen van de CT-strategie.
In dit onderzoek in de tweede fase van de evaluatie van de CT-strategie vormen de resultaten van de eerste fase het uitgangpunt. De NCTV wil met dit onderzoek inzicht verkrijgen in wat er uit binnen- en buitenlandse empirische studies bekend is over de werking van de hierboven weergegeven causale mechanismen, en wil weten welke conclusies getrokken kunnen worden over de richting en grootte van de effecten van de mechanismen.