Evaluatie UAVG

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3249
Type Extern onderzoek
Betrokken organisatie(s) Pro Facto

Samenvatting

Sinds 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) van kracht. Deze Europese verordening regelt de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens alsmede het vrije verkeer van die gegevens. Op 16 mei 2018 is de Uitvoeringswet Algemene verordening persoonsgegevens (UAVG) in werking getreden. De UAVG vult voor Nederland de ruimte in die Lidstaten hebben om op bepaalde punten meer specifieke nationale regelingen te treffen. Daarnaast bepaalt de UAVG de oprichting en inrichting van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) als toezichthouder op naleving van de AVG. De AVG is rechtstreeks van toepassing in Nederland, maar daar waar de AVG ruimte laat voor nationale keuzes bij de uitvoering van de AVG, zijn deze ingevuld in de UAVG.
Bij de totstandkoming van de UAVG is toegezegd dat drie jaar na inwerkingtreding van deze wet de effecten van de wet en de uitvoering van de wet in de praktijk zouden worden geƫvalueerd. Dit onderzoek beoogt een evaluatie van de UAVG en geeft zodoende uitvoering aan de evaluatiebepaling in de wet. Het onderzoek dient binnen de kaders van de evaluatie van de UAVG tevens aandacht te besteden aan de motie van de Kamerleden Schouw en Segers uit 2015 waarin de regering wordt verzocht de Wet meldplicht datalekken en boetebevoegdheid binnen vier jaar na inwerkingtreding te evalueren op: de naleving van de meldplicht; de toepassing en de effectiviteit van de boetebevoegdheid; de administratieve lasten en de nalevingskosten voor gegevensverwerkers; en de aansluiting van de wet op Europese regels over gegevensbescherming (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2014-2015, 33662 nr. 20). De Wet meldplicht datalekken en boetebevoegdheid is komen te vervallen met de inwerkingtreding van de AVG. Binnen de evaluatie van de UAVG dient om die reden aandacht te worden besteed aan de vraag in welke mate de meldplicht datalekken wordt nageleefd en in hoeverre de boetebevoegdheid van de AP bijdraagt aan een doelmatige en doeltreffende uitvoering en handhaving van de UAVG.
Deze eerste evaluatie van de UAVG richt zich met name op de uitvoeringspraktijk, de mate waarin de UAVG bijdraagt aan een doelmatige en doeltreffende uitvoering en handhaving van de AVG en de vraag wat de effecten zijn geweest van de keuze voor de beleidsneutrale implementatie van de UAVG.