Strafbaarstelling lijkschennis

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3257
Type Extern onderzoek
Betrokken organisatie(s)

Samenvatting

Het onderzoek betreft een verkenning van de mogelijkheden tot het (zelfstandig) strafbaar stellen van necrofilie of de meeromvattende lijkschennis. Aanleiding voor het onderzoek is een toezegging aan de Tweede Kamer in de antwoorden op de Kamervragen die zijn gesteld over de strafbaarheid van necrofilie (Tweede Kamerstukken, Aanhangsel, Vergaderjaar 2020-2021, nr. 2588). De minister van Justitie en Veiligheid heeft aan de Tweede Kamer toegezegd dat op grond van de bevindingen van een te verrichten onderzoek wordt bezien of er aanleiding is te voorzien in een zelfstandige strafbaarstelling.
Het onderzoek gaat in op de volgende vragen: op welke wijze is lijkschennis (met inbegrip van necrofilie) vervolgbaar in Nederland? In welke (Europese) landen is lijkschennis (met inbegrip van necrofilie) strafbaar gesteld, en zijn er Europese landen die daarvan hebben afgezien? Is er volgens te interviewen professionals noodzaak en maatschappelijk draagvlak voor strafbaarstelling van lijkschennis (met in begrip van necrofilie)? Het bestaat uit drie onderdelen: 1. Analyse van de Nederlandse situatie; 2. Rechtsvergelijkende studie; en 3. Maatschappelijke relevantie.