Beklagrecht

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3260
Type Extern onderzoek
Betrokken organisatie(s) Pro Facto

Samenvatting

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) signaleert in het advies “Spanning in detentie” een gestage groei van het aantal beklag- en beroepszaken en een verhoging van de werklast bij de commissies van toezicht van de Penitentiaire Instelling (PI) en de beroepscommissie bij de RSJ, waardoor op den duur de termijnen van afdoening (doorlooptijden) in het gedrang komen. De RSJ wijt dit in belangrijke mate aan een ‘klagen-om-te klagen- cultuur’, waardoor aldus de RSJ ook een grote hoeveelheid futiele klachten wordt ingediend. Daardoor raakt het stelsel van beklag en beroep verstopt, daarvan kunnen ook gedetineerden met legitieme klachten de dupe zijn. 
De RSJ beveelt een experiment aan om een interne (informele) klachtenprocedure op te zetten en verder om na te gaan of het heffen van griffierechten een middel is ter voorkoming van het indienen van futiele klachten. In zijn beleidsreactie  op het advies van de RSJ zegt de minister voor Rechtsbescherming de aanbevelingen ter harte te nemen en hij wil laten verkennen of er alternatieve werkwijzen denkbaar zijn die het aantal futiele klachten kunnen doen afnemen en ook de klagen-om-te klagen cultuur kan doen veranderen (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2019-2020, 24 587, nr. 757). Bijvoorbeeld door te verkennen of een interne informele klachtenprocedure werkbaar is, of bemiddeling vaker kan worden toegepast of dat het heffen van griffierechten van toegevoegde waarde kan zijn. T.a.v. een interne klachtenprocedure zijn op dit moment twee pilots in voorbereiding in de PI Nieuwegein en de PI Zuid-Oost. Daarbij zal ervaring worden opgedaan met een interne klachtafhandeling door een klachtenfunctionaris. 
De centrale vraag van het onderzoek is na te gaan in hoeverre en onder welke (juridische en praktische) condities de introductie van een financiële prikkel in de vorm van een griffierecht het aantal futiele klachten van gedetineerden kan doen afnemen en de ‘klagen-om-te-klagen-cultuur’ kan doen veranderen en wat eventuele onbedoelde neveneffecten zijn. Eerst zal worden onderzocht of het juridisch mogelijk is om een vorm van griffierechten in detentie in te voeren. Daarna zal onderzocht worden of er in de Nederlandse en buitenlandse literatuur informatie is te vinden over griffierechten in detentie en in hoeverre een dergelijke financiële prikkel van invloed is op ‘klaaggedrag’ oftewel op het aantal futiele klachten en een ‘klagen-om-te-klagen-cultuur’. Vervolgens zal worden nagegaan of er op andere terreinen (buiten dat van de detentie) eenzelfde of een vergelijkbaar instrument wordt ingezet om ‘klaaggedrag’ te beïnvloeden. Uit verschillende studies  is naar voren gekomen dat griffierechten een dempend effect  hebben op het aantal rechtszaken dat wordt aangespannen. De vraag is in hoeverre de onderzochte gedragseffecten op vergelijkbare wijze zullen gelden binnen detentie-omstandigheden en wat de onbedoelde neveneffecten zijn. Ten slotte komt de vraag naar de praktische haalbaarheid van een vorm van griffierecht aan de orde.