Meisjescriminaliteit

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3265
Type WODC-intern onderzoek

Samenvatting

Vanuit de justitiële praktijk en beleid zijn er zorgen over een “blinde vlek” betreffende delinquente jonge vrouwen in Nederland. Jonge vrouwen zouden meer delinquent gedrag vertonen dan gedacht wordt, maar blijven buiten beeld, omdat er bijvoorbeeld meer aandacht uitgaat naar jonge mannen. Door gegevens over delinquent gedrag van jonge vrouwen buiten zicht van politie en justitie af te zetten tegenover gegevens van dergelijke gedrag binnen het zicht van politie en justitie, kan duidelijk(er) worden of en in welke mate er sprake is van een “blinde vlek”. Door te kijken naar meerdere peilmomenten buiten en binnen de strafrechtketen (namelijk, populatie, verdenking, vervolging tot veroordeling) wordt ook duidelijk of de “blinde vlek” algemeen is of specifiek voor praktijk- of strafrechtketenonderdelen.
De aanleiding voor dit onderzoek is de initiatiefnota Van Tielen waarin gevraagd wordt om delinquente jonge vrouwen beter in beeld te krijgen, evenals in kaart te brengen welke risico- en beschermende factoren zij hebben en/of ervaren (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2018-2019, 35285, nr. 3). In politie- en justitiestatistieken zijn jonge vrouwen ondervertegenwoordigd ten opzichte van jonge mannen.
Wanneer er adequate informatie is over de dadergroep delinquente jonge vrouwen, dan kunnen er betere aanpakken ontwikkeld worden. Momenteel richt de aanpak zich mogelijk te veel op mannen, evenals het voorkomen van slachtofferschap bij jonge vrouwen, maar niet noodzakelijk daderschap.