Staatsnoodrecht

Onderzoeksgegevens
Projectnummer 3272
Type Extern onderzoek
Betrokken organisatie(s) Open Universiteit

Samenvatting

Het Nederlandse rechtsstelsel bevat van oudsher een groot aantal wettelijke voorzieningen om met specifieke bevoegdheden een crisis of ramp het hoofd te bieden. Dit stelsel staat bekend als het klassieke staatsnoodrecht. In de jaren negentig van de vorige eeuw is het stelsel op onderdelen herzien, waarbij ook de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden tot stand is gebracht om uniformiteit te brengen in het staatsnoodrecht.
Noodwetten en noodbepalingen kunnen in werking worden gesteld in geval van buitengewone omstandigheden. Wat buitengewone omstandigheden zijn, is niet vast te stellen aan de hand van wettelijke criteria, maar is een politiek-bestuurlijke afweging. Het in werking stellen van noodrecht kan op twee manieren: in een noodtoestand of bij separate toepassing.
In juli 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat het kabinet enkele verbeterpunten ziet voor het functioneren van het staatsnoodrecht en dat het voorstellen voor wetswijzingen gaat voorbereiden om tegemoet te komen aan die verbeterpunten (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2017–2018, 29668, nr. 48, brief van 3 juli 2018). Dit onderzoek is onderdeel van de uitvoering van de aangenomen motie van Van Dam c.s. waarin de regering verzocht is om voor de zomer van 2021 de Tweede Kamer een evaluatie van het huidige staatsnoodrecht aan te bieden, inclusief een beleidsreactie die strekt tot het up-to-date brengen van ons staatsnoodrecht (Tweede Kamer,stukken, Vergaderjaar 2020–2021, 35526, nr. 42, motie van 8 oktober 2020). In een quick scan zal worden geïnventariseerd in hoeverre de voorstellen voor modernisering van het staatsnoodrecht uit 2018 aanpassing en/of aanvulling behoeven in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s uit 2020.