Fraude

Fraude

Samenvatting

In dit themanummer wordt een meer algemene definitie gehanteerd van fraude: opzettelijke misleiding om een voordeel te behalen ten koste van anderen. Hierin zitten drie basisbestanddelen. Allereerst moet de misleiding opzettelijk zijn: het kan ook zijn dat men ongewild en onbewust een foute voorstelling van zaken geeft. Zo is regelgeving soms dermate ingewikkeld dat het niet naleven ervan zowel voordelen als nadelen oplevert voor de overtreder. Het tweede aspect van de definitie draait om misleiding: men zet anderen op het verkeerde been door een valse voorstelling van zaken te geven. Dat kan actief door een leugen te vertellen of door bepaalde veranderingen in de eigen situatie niet te melden. Ten derde moet het bedrog ten eigen voordele strekken. Vaak zal het dan om het binnenharken van geld van anderen gaan. Maar een dergelijke gedraging kan ook draaien om het verwerven of verkrijgen van een vooraanstaande (markt)positie. Deze factoren komen aan de orde in de artikelen over diverse vormen van fraude.

Inhoudsopgave

Voorwoord

  1. Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street - D.O. Friedrichs
  2. Drie drijvende krachten achter bedrijfscriminaliteit; een empirisch onderzoek naar fraude in het midden- en kleinbedrijf - G.W. Brummelkamp, W. Huisman en T. Flikweert
  3. Patronen in de criminele ontwikkeling van fraudeurs - J.H.R. van Onna
  4. Faillissementsfraude: een hardnekkig fenomeen; pleidooi voor een preventieve aanpak - F. Kemp
  5. Als je merkt dat niemand het merkt; over fraude in de wetenschap - C.J.M. Schuyt
  6. Oorzaken van fraude in de zorgsector - W. Groot en H. Maassen van den Brink
  7. Het bestrijden van uitkeringsfraude: mogelijkheden en moeilijkheden - M. Fenger en W. Voorberg

Summaries
Internetsites
Congresagenda

Publicatiegegevens

Organisatie(s):
WODC
Plaats uitgave:
Den Haag
Uitgever:
Boom Lemma
Jaar van uitgave:
2014
Reeks:
Justitiële verkenningen 2014/03