Technische verbeterslag nodig voor inzetten van videoconferentie in rechtszaken

Technische verbeterslag nodig voor inzetten van videoconferentie in rechtszaken

Het gebruik van videoconferentie in de rechtszaal, waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand wordt gebracht tussen de betrokken personen in het strafproces, wordt steeds meer als redelijk alternatief beschouwd voor fysieke aanwezigheid. Maar om de rechten van de verdachte te kunnen waarborgen moet een verbeterslag worden gemaakt in de kwaliteit van de techniek, apparatuur, verbinding, de inrichting van de locatie van de verdachte, protocollen en training van personeel. Dat blijkt uit onderzoek van de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. In opdracht van het WODC is onderzocht in hoeverre videoconferentie kan worden toegepast in de rechtszaal en aan welke eisen en waarborgen dit ten aanzien van de verdachte moet voldoen. Ook is gekeken hoe hiermee in andere landen wordt omgegaan.

Het gebruik van videoconferentie in strafzaken was in de afgelopen jaren al toegenomen. Daarnaast heeft de COVID-19-pandemie ervoor gezorgd dat de aandacht voor de regeling voor de toepassing van videoconferentie in het strafproces in binnen- en buitenland hoger op de agenda is komen staan.

Lees het volledige rapport: De verdachte in beeld: Eisen en waarborgen voor het gebruik van videoconferentie ten aanzien van verdachte in het Nederlandse strafproces in rechtsvergelijkend perspectief

Redelijk alternatief

Uit het onderzoek blijkt dat in de rechtspraktijk een breed gedragen standpunt wordt aangehangen dat videoconferentie een redelijk alternatief kan zijn voor situaties waarin het niet mogelijk of wenselijk is om fysieke aanwezigheid van de verdachte te organiseren. Daarbij is wel van belang dat de verdachte zijn aanwezigheidsrecht kan uitoefenen. De verdachten mag daarin niet worden belemmerd door het videobellen. Er moet communicatie tot stand kan komen die de werkelijkheid zoveel mogelijk benadert. In de praktijk blijkt dat al snel sprake is van een kwaliteitsverschil ten opzichte van lijfelijke aanwezigheid: het maken van de verbinding duurt langer, het gesprek vordert langzamer, en simultaan vertalen niet kan met de huidige voorzieningen. Daarnaast is juist voor strafzaken bovendien non-verbale communicatie belangrijk en is dit beperkt via videoconferentie.

Raadsman in de rechtszaal of bij de cliënt

Goede en vertrouwelijke communicatie tussen de raadsman en de verdachte is van belang voor de verdachte. Omdat de raadsman niet zowel bij de verdachte als in de rechtbank kan zijn, is een mogelijke oplossing om in sommige gevallen op beide locaties een raadsman aanwezig te laten zijn. Dit zorgt echter ook weer voor problemen waarvoor oplossingen noodzakelijk zijn om videoconferentie te kunnen toepassen in overeenstemming met fundamentele rechten en beginselen van verdachten. Zo komen bij het inschakelen van een raadsman op beide locaties meerkosten kijken, en de vraag is voor wiens rekening deze kosten moeten zijn. De onderzoekers concluderen dat naarmate de belangen voor de verdachte toenemen het belang van een raadsman op beide locaties toeneemt. Bij een groot belang voor de verdachte moet deze keuze niet afhangen van de vraag of de verdachte zich dat kan veroorloven. Videoconferentie zal dan vermoedelijk geen kostenbesparend effect meer hebben.

Lees het volledige rapport: De verdachte in beeld: Eisen en waarborgen voor het gebruik van videoconferentie ten aanzien van verdachte in het Nederlandse strafproces in rechtsvergelijkend perspectief