Onderzoek naar agressie-incidenten in asielopvang

Onderzoek naar agressie-incidenten in asielopvang

De Universiteit Twente heeft in opdracht van het WODC een onderzoek gedaan naar agressie- incidenten in de asielopvang. Daarbij wordt antwoord gegeven op de volgende vragen: Wat is de aard van agressie- en geweldsincidenten binnen asielzoekerscentra; In hoeverre voelen COA-medewerkers zich (on)voldoende toegerust om gewelds- en agressie-incidenten binnen COA-opvanglocaties te voorkomen of in goede banen te leiden; Hoe kunnen (nieuwe) inzichten helpen bij het voorkomen of effectief oplossen van agressie- en geweldsincidenten?

Het merendeel van de COA-medewerkers geeft aan dat ze tijdens hun werk ten minste maandelijks met agressie te maken hebben. Voor veel medewerkers horen agressie-incidenten bij het werken in opvangcentra. Dit geldt vooral voor de meer subtiele vormen van agressie zoals neerbuigende of respectloze opmerkingen richting andere asielzoekers of medewerkers.

Hoewel medewerkers aangeven dat het registeren van alle agressie-incidenten niet haalbaar noch wenselijk is, is het wel degelijk belangrijk dat medewerkers zich bewust blijven van de subtiele vormen. Dit kan normverschuiving (welk gedrag accepteren we nog?) tegengaan en er kan een preventieve werking vanuit gaan.

Het merendeel van de agressie binnen opvangcentra is gericht op andere asielzoekers. Een derde van alle agressie-incidenten is direct gericht op medewerkers. Het blijkt echter dat de gevolgen van agressie voor medewerkers niet verschillen afhankelijk van of medewerkers zelf of een medebewoner het slachtoffer is. Juist de incidenten tussen asielzoekers onderling kunnen zeer ernstig zijn en daarom een grote impact hebben op medewerkers.

Asielzoekers die een negatieve beslissing ten aanzien van hun asielaanvraag hebben gekregen, en dus in afwachting van terugkeer naar het land van afkomst zijn, zijn vaker betrokken bij de geregistreerde incidenten dan asielzoekers die nog in de asielprocedure zitten of reeds een positieve beslissing hebben gekregen. Daarnaast valt op dat veiligelanders verhoudingsgewijs vaker betrokken zijn bij agressie-incidenten dan niet-veiligelanders. Een mogelijke verklaring is dat zowel uitgewezen asielzoekers als asielzoekers uit veilige landen in een uitzichtloze situatie terecht komen omdat deze groepen geen kans (meer) hebben op asiel.

Locaties voor de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) hebben, relatief naar het aantal bewoners, het vaakst met geregistreerde agressie en geweldsincidenten te maken. Door de intensievere begeleiding van minderjarige vreemdelingen is het mogelijk dat incidenten sneller opgemerkt en geregistreerd worden. Echter zijn deze incidenten structureler van aard dan bij andere opvangcentra.

Medewerkers zijn zelf tevreden over de mate waarin ze in staat zijn om te gaan met agressie in de asielopvang. Wel hebben medewerkers op de amv-locaties behoefte aan handvaten over hoe zij met fysieke geweldsincidenten moeten omgaan als de gebruikelijke “zachte” interventies niet meer werken.
Het rapport:https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2755-stijlen-van-begeleiding-en-positief-gedrag-bij-bewoners-van-asielzoekerscentra.aspx

Zie voor meer informatie hieronder: de kabinetsreactie.