Cursus voor dronken rijders niet altijd effectief

Cursus voor dronken rijders niet altijd effectief

Om de verkeersveiligheid in Nederland te verbeteren en het aantal verkeersslachtoffers te reduceren, bestaan er in Nederland verschillende verkeersgedragsmaatregelen (o.a. LEMA, EMG, ASP).

Cursus voor dronken rijders niet altijd effectief

Om de verkeersveiligheid in Nederland te verbeteren en het aantal verkeersslachtoffers te reduceren, bestaan er in Nederland verschillende verkeersgedragsmaatregelen. Het WODC deed in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoek naar de recidive van de deelnemers aan een aantal van deze maatregelen, namelijk de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA), de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) en het Alcoholslotprogramma (ASP). De LEMA en EMG zijn bedoeld om verkeersovertreders meer inzicht te geven in het gevaar van bepaalde gedragingen en om recidive te voorkomen. Het ASP kon worden opgelegd bij zwaardere of herhaaldelijke gevallen van rijden onder invloed.

Voor het ASP en de EMG is de hoogte van de strafrechtelijke recidive gemeten. Voor de LEMA is daarnaast een effectmeting gedaan door de recidive van de cursisten af te zetten tegen de recidive in een controlegroep. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de LEMA niet altijd effectief is in het verminderen van de alcoholrecidive in haar doelgroep.

Hieronder een aantal van de bevindingen over de verkeersovertreders die in 2013 werden aangehouden.

  • Een kwart van de beginnende bestuurders die een LEMA volgden, kwam binnen twee jaar opnieuw met justitie in aanraking, 16% pleegde binnen twee jaar een nieuw verkeersdelict en 10% werd opnieuw aangehouden wegens het rijden onder invloed. De recidivecijfers van ervaren bestuurders die een LEMA volgden liggen lager: 15% recidiveerde binnen twee jaar, 10% recidiveerde binnen twee jaar met een verkeersdelict en 5% werd binnen twee jaar opnieuw aangehouden voor rijden onder invloed.
  • De vergelijking van de recidive van LEMA-deelnemers met een gelijktijdige controlegroep heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor de effectiviteit van de LEMA-cursus in vergelijking met alleen een strafrechtelijke afdoening.
  • Van de ASP-deelnemers kwam 11% tijdens de eerste twee jaar van het programma opnieuw met justitie in aanraking vanwege het plegen van een strafbaar feit, ongeacht de aard of de ernst daarvan. Specifiek gekeken naar nieuwe verkeersdelicten blijkt dat 6% van deelnemers tijdens het programma opnieuw geregistreerd werd vanwege een verkeersdelict. Iets meer dan 1% van de ASP-deelnemers werd opnieuw aangehouden voor rijden onder invloed.
  • Van de bestuurders die een EMG af hebben gerond, blijkt 30% binnen twee jaar opnieuw met justitie in aanraking te komen voor enig delict, 20% pleegde binnen twee jaar een nieuw verkeersdelict en 12% werd binnen twee jaar opnieuw aangehouden voor een EMG-gerelateerd delict.

Beperkingen

Bij de interpretatie van deze onderzoeksresultaten is voorzichtigheid geboden. Dit onderzoek kent namelijk enkele beperkingen. Bijvoorbeeld dat gebruikgemaakt is van politie- en justitieregistraties, waarmee slechts een klein en relatief zwaar segment van de verkeerscriminaliteit in kaart gebracht kan worden. Verder bestaat de controlegroep binnen dit onderzoek uit daders van LEMA-waardige delicten die door de politie niet aan het CBR zijn gemeld. De vraag is of deze selectie willekeurig is of dat er specifieke redenen zijn waarom niet iedereen wordt gemeld bij het CBR.

Vervolg

Het onderzoek naar de effectiviteit van de verschillende verkeersgedragsmaatregelen wordt de komende jaren door het WODC gecontinueerd. Daarnaast zal in 2019 voor het eerst worden gerapporteerd over de recidive van personen die een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) volgden of die een onderzoek naar hun rijgeschiktheid in verband met rijden onder invloed moesten ondergaan.

Het rapport:

https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/1769g-actualisering-recidivemeting-educatieve-maatregelen-voor-verkeersovertreders-2016.aspx