Het aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag door jongeren in het middelbaar beroepsonderwijs

Het aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag door jongeren in het middelbaar beroepsonderwijs

Vandaag publiceert het WODC het onderzoeksrapport ‘Het aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag door jongeren als dilemma. Een schatting van het ‘dark number’ van niet-aanvragers van een VOG voor opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs’.

De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) moet voorkomen dat personen met een bepaald justitieel verleden kwetsbare functies in de samenleving gaan vervullen. Een toenemend aantal jongeren heeft tijdens hun opleiding zo’n verklaring nodig om in aanmerking te komen voor een stageplaats of leerwerkbaan. In opdracht van het WODC is door KBA Nijmegen en BBSO onderzocht hoeveel jongeren geen VOG aanvragen uit angst voor een weigering.

Het onderzoek richt zich specifiek op jongeren die een opleiding op een mbo-instelling (willen gaan) volgen, omdat hierbij stages of (leer)werkplekken cruciaal zijn voor het succesvol kunnen voltooien van de opleiding. Voor deze jongeren komt de eventuele VOG-problematiek, naar verwachting, het meest direct naar voren. De populatie van het onderzoek omvat circa 438.000 jongeren die in schooljaar 2016-2017 deelnamen aan middelbaar beroepsonderwijs of net zijn uitgestroomd uit het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.

Het aantal jongeren in deze populatie dat verwacht géén VOG te krijgen en daarom die ook niet aanvraagt (‘VOG-aanvraagmijders’), bedraagt 8.900 tot 9.200 jongeren, ofwel 2,1% van het totale aantal van circa 438.000 jongeren. Circa vier-vijfde van deze VOG-aanvraagmijders heeft geen justitieel verleden en zou een VOG hebben gekregen indien zij die zouden hebben aangevraagd.

De overige één-vijfde van deze VOG-aanvraagmijders (1.550 tot 1.700 jongeren) heeft wel een justitieel verleden. Ook voor een deel van deze groep met justitiële antecedenten zal gelden dat zij de VOG-aanvraag onnodig vermijdt, maar de onderzoekers hebben niet empirisch vast kunnen stellen in welke mate hun inschatting dat zij géén VOG zouden krijgen feitelijk terecht of onterecht is. De onderzoekers constateren dat minder dan één procent (0,8%) van de jongeren met justitiële antecedenten die wél een VOG aanvragen, te maken krijgt met een afwijzing; dit betrof 1 op de 126 VOG-aanvragers met justitiële antecedenten. Het percentage VOG-afwijzingen onder jongeren met justitiële antecedenten is dus (zeer) klein. De onderzoekers concluderen dat de meeste VOG-aanvraagmijders met justitiële antecedenten hun kans om een VOG te verkrijgen te laag inschatten.

Lees het volledige rapport of de samenvatting: Het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag door jongeren als dilemma.

Infographic - Het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag door MBO-jongeren