
Langetermijngevolgen schoolgijzeling in Bovensmilde
Een interview met Joris Haagen van ARQ
In de herfst van 2025 verscheen een bijzonder onderzoek naar de langetermijngevolgen van de schoolgijzeling in Bovensmilde, die bijna 50 jaar geleden plaatsvond. De gijzeling speelt nog steeds een grote rol in de levens van veel van de gegijzelden, hun naasten en andere betrokkenen. De wijze waarop zij voor het onderzoek werden benaderd, was essentieel voor het verloop ervan. Hoe ging dat in zijn werk? Projectleider Joris Haagen van ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum licht dit toe.
Wat maakte dit onderzoek zo bijzonder?
Joris: ‘Wij doen veel onderzoek naar psychotrauma. Wat dit onderzoek zo bijzonder maakte, was dat de traumatische gebeurtenis, de gijzeling, al zo lang geleden was. De gevolgen ervan - die voor iedereen anders waren - speelden voor de gegijzelden al heel lang. De meeste mensen die we spraken waren erg jong toen ze de gijzeling meemaakten. Dit onderzoek vond meer dan een half mensenleven na de gijzeling plaats en geeft daarmee een zeldzaam inzicht in de langetermijngevolgen van (potentieel) traumatische gebeurtenissen.
Tegelijk valt op dat de impact van de gijzeling zeer uiteenlopend was en veel meer mensen heeft geraakt dan alleen de direct gegijzelden. Ik vergelijk het met het pellen van een ui: het raakt in de basis de direct gegijzelden, zij staan centraal, maar ook hun dierbaren van toen en hun dierbaren van nu worden geraakt, alsook omwonenden, hulpverleners, destijds betrokken militairen, politieagenten, en de Nederlandse en Molukse gemeenschappen in Bovensmilde. Binnen al deze groepen zie je vervolgens mensen met verschillende belevingen en standpunten, waaraan je in het onderzoek recht wilt doen.’
Hoe hebben jullie het onderzoek aangepakt?
‘We zijn al in een vroeg stadium naar Bovensmilde gegaan en hebben daar gesproken met voormalige gegijzelden. Om op die manier draagvlak en vertrouwen op te bouwen, zodat mensen wilden meewerken aan het onderzoek. Daardoor kwamen we vroeg in contact met sleutelfiguren binnen de groep. Zij bleven gedurende het hele onderzoek betrokken. Samen met interviews en groepsbijeenkomsten met getroffenen, waarin ruimte was voor hun persoonlijke verhaal en waarin aan hen werd gevraagd wat zij nodig hebben aan steun en erkenning, vormde dit de basis voor het succes van het onderzoek.
Daarnaast hebben we bij aanvang van het onderzoek een contactpunt opgezet van getrainde hulpverleners. Niet alleen voor vragen over het onderzoek, maar ook voor het bieden van een luisterend oor en het meedenken over doorverwijzing naar professionele hulp, indien nodig.'
Wat is gedaan met de uitkomsten van het onderzoek?
‘Dit onderzoek heeft voor getroffenen veel betekend. Velen gaven aan dat zij zich bij de presentatie van de resultaten en overhandiging van het rapport aan de staatssecretaris gehoord en gezien voelden. En een projectgroep bij het ministerie is actief aan de slag gegaan met de invulling van de aanbevelingen, samen met de getroffenen. Door de inzichten uit het onderzoek weet de projectgroep beter hoe zij deze mensen kunnen helpen.’
Wat zie jij als belangrijkste les?
‘Voor de overheid: het is nooit te laat om aan de slag te gaan! Hoewel de meeste getroffenen veerkrachtig zijn en geen klachten ontwikkelen, gaan traumatische klachten lang niet altijd weg. Voorkom dat mensen daar levenslang last van houden, door het geven van steun en erkenning die past bij de behoefte en context van iedere getroffene en recht doet aan de verschillen tussen mensen.’