Onderzoek met impact

WODC-onderzoek legt structurele verschillen bloot in strafrechtketen

Over het rapport 'Van verdenking tot vrijheidsstraf'

Met het rapport Van verdenking tot vrijheidsstraf zette het WODC in juni 2025 een gevoelig en maatschappelijk relevant onderwerp stevig op de agenda: worden mensen met een migratieachtergrond in Nederland anders behandeld in de strafrechtketen? Het antwoord van de onderzoekers was genuanceerd, maar duidelijk genoeg om een publiek debat los te maken. Het rapport leidde tot uitgebreide media-aandacht. Momenteel doen we vervolgonderzoek naar een nog bredere vorm van ongelijkheid: de sociaaleconomische positie van verdachten. 

Het onderzoek dat in 2025 uitkwam, laat zien dat mensen met een migratieachtergrond relatief vaak terecht staan bij de rechter. Zij zijn oververtegenwoordigd in Nederlandse gevangenissen. Etnische selectiviteit speelt hierbij een rol: de herkomst van een verdachte is van invloed op de uitkomsten in de strafrechtketen, los van het misdrijf waar iemand van worden verdacht. Dit zorgt ervoor dat verdachten met een migratieachtergrond vaker voor de rechter worden gebracht. Ook krijgen zij vaker een detentiestraf opgelegd dan verdachten met vergelijkbare delicten zonder migratieachtergrond. 

De Nederlandse strafrechtketen werkt als een trechter 

Niet iedereen die de politie als verdachte aanmerkt, komt bij het Openbaar Ministerie (OM). En niet elke zaak die het OM oppakt, belandt voor de rechter. Bovendien legt de rechter niet altijd een gevangenisstraf op. Opvallend is dat het percentage personen met een migratieachtergrond juist toeneemt over de strafrechtketen: het percentage verdachten met een migratieachtergrond in jeugddetentie en gevangenissen is hoger dan bij de registratie door de politie als verdachte. Dat patroon is zichtbaar bij volwassenen én minderjarigen, maar springt bij deze laatste groep het meest in het oog. Zie hiervoor de slider. 

Beeld: © WODC

Vertrouwen in de rechtsstaat 

Het rapport kreeg direct veel aandacht in landelijke media. Onder meer NRC, NOS, AD, regionale media en diverse online platforms namen de bevindingen over. De kernboodschap raakt een bredere discussie over discriminatie, institutionele vooroordelen en gelijke behandeling door de overheid: de rechtsstaat staat of valt met gelijke behandeling. Juist daarom zijn de bevindingen uit het rapport waardevol. Het gaat niet alleen over strafrecht, maar over vertrouwen in instituties. Als burgers het gevoel hebben dat afkomst of klasse invloed heeft op uitkomsten, raakt dat de legitimiteit van het systeem zelf. 

Vervolgonderzoek naar klassenjustitie  

Dit eerste rapport laat vooral cijfers en statistische patronen zien, het aankomende tweede deel van het onderzoek moet verklaren waarom deze verschillen ontstaan. Denk aan besluitvorming, werkprocessen, discretionaire ruimte en mogelijke onbewuste vooroordelen binnen politie, OM en rechtspraak.  

Daarnaast doen we momenteel aanvullend WODC-onderzoek naar mogelijke klassenjustitie in Nederland. Dat onderzoek kijkt niet naar afkomst, maar naar sociaaleconomische positie: maakt inkomen, opleiding, netwerk of maatschappelijke status verschil in hoe het rechtssysteem mensen behandelt? Hiermee ontstaat een bredere agenda: niet alleen etnische ongelijkheid, maar ook sociale ongelijkheid binnen de rechtsstaat wordt onderzocht.   

Terug naar 'Onderzoek met impact'