Onderzoek met impact

Het demonstratierecht: ruim én beperkt genoeg?

Over het WODC-onderzoek 'Het recht om te demonstreren in de democratische rechtstaat'

Demonstreren is een mensenrecht. Het Nederlandse demonstratierecht is dan ook grondwettelijk beschermd en uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties en andere regelgeving. Biedt deze regelgeving voldoende ruimte voor de uitoefening van de demonstratievrijheid én voor het beperken ervan als dat noodzakelijk is? Een samenwerkingsverband van de Rijksuniversiteit Groningen, Pro Facto, Universiteit van Amsterdam en Tilburg University onderzocht dit in opdracht van het WODC. De conclusie: ja, de regelgeving biedt voldoende ruimte op hoofdlijnen. Bovendien concluderen de onderzoekers dat ingrijpende aanpassingen van de wet weinig doeltreffend zijn. In dit artikel lees je wat de aanleiding was voor dit onderzoek en welke impact het onderzoek tot nu toe heeft gemaakt.  

Volgens de onderzoekers is vooral winst te behalen in de uitvoering. In het rapport staan dan ook verschillende aanbevelingen en aandachtspunten die ervoor kunnen zorgen dat burgemeesters en politie anders omgaan met demonstraties. Denk aan het verbeteren van de communicatie tussen autoriteiten en demonstranten. En aan het terughoudend(er) zijn met het opleggen van beperkingen. Tegelijkertijd concluderen de onderzoekers dat het Nederlandse Openbaar Ministerie en de Nederlandse strafrechter soms wat terughoudend zijn met strafrechtelijk optreden tegen demonstranten die bewust de wet overtreden. 

Beleidsreactie richting de Tweede Kamer: een andere koers genomen 

Het onderzoek, dat gepubliceerd is in december 2025, is uitgevoerd op aanvraag van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) naar aanleiding van vele Kamervragen, -moties en -debatten over het demonstratierecht. Als reactie op het onderzoek gaven de ministers van BZK en JenV (van het vorige kabinet-Schoof) in een brief aan de Tweede Kamer te kennen dat ze niet van plan zijn om de wet ingrijpend aan te passen. Toch wilden ze wel acht maatregelen nemen ‘om uitwassen tegen te gaan en draagvlak voor demonstraties te houden’. Het gaat in zeven van de acht maatregelen om onderwerpen die de onderzoekers niet aanmerkten als knelpunt. De maatregelen werden ook niet aanbevolen in het rapport. We lichten er hier één uit: een verbod op gezichtsbedekkende kleding. 

In de beleidsreactie van de ministers staat: ‘Het wetsvoorstel om het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties te verbieden zal nog dit jaar in consultatie worden gebracht.’ Het rapport concludeert echter dat de noodzaak voor zo’n wetswijziging niet is aangetoond. Het Nederlandse demonstratierecht biedt al voldoende mogelijkheden om in te grijpen wanneer dat nodig is. Burgemeesters kunnen voorschriften stellen of aanwijzingen geven in concrete situaties. Bijvoorbeeld als gezichtsbedekkende kleding daadwerkelijk risico’s oplevert bij een specifieke demonstratie.  

Omdat demonstreren een grondrecht is, moet elke beperking noodzakelijk en goed onderbouwd zijn. Een generiek verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding is anders dan het maatwerk dat nu al mogelijk is.Daarnaast is er kans op een afschrikkingseffect (chilling effect). Dat houdt in dat het mensen afschrikt om überhaupt te gaan demonstreren, uit angst voor controle of arrestatie. Dat afschrikkende effect is relevant wanneer het gaat om een grondrecht.  

Coalitieakkoord van huidige kabinet  

Ondanks de hoofdconclusie van het rapport dat ingrijpende wetswijzigingen niet nodig zijn, kondigt ook het huidige kabinet-Jetten in zijn coalitieakkoord aan het demonstratierecht verder in te gaan perken. Het betreft een uitbreiding van bevoegdheden om harder op te kunnen treden tegen actievoerders die de orde (dreigen te) verstoren en strafbare feiten plegen. Of dit ook daadwerkelijk tot het wijzigen van de regelgeving gaat leiden, is nu nog niet te zeggen.  

Meer nuance in een gepolariseerd debat 

Het onderzoeksrapport biedt kennis en inzichten voor beleid. Daarnaast draagt het in het maatschappelijke debat bij aan een realistischer beeld van de demonstratierechtpraktijk in Nederland. Want hoewel de Inspectie Justitie en Veiligheid eerder al concludeerde dat het merendeel van de demonstraties (97%) zonder incidenten verloopt en slechts een klein deel van de demonstraties tot (gemelde) incidenten leidt, krijgen toch vooral verstorende acties veel media-aandacht. Daardoor is de beeldvorming rondom demonstraties en daarmee de beleving van de maatschappij anders. Goed om te weten: (grootschalige) gewelddadigheden en rellen vallen buiten de reikwijdte van de demonstratievrijheid en worden dus niet door het recht beschermd. Bij dit vrijheidsrecht gaat het namelijk om het fundamentele recht om vreedzaam te demonstreren.

Verder geeft het onderzoeksrapport mogelijk meer begrip voor het fundamentele belang van de demonstratievrijheid in onze democratische rechtsstaat. Het rapport gaat in op rechtstheoretische grondslagen en op functies van het demonstratierecht. Zo is het een manier voor burgers en groepen om zich uit te spreken, aandacht te vragen voor maatschappelijke kwesties en invloed uit te oefenen op het publieke debat. Dat is vooral van grote waarde voor gemarginaliseerde groepen die zich minder gehoord voelen.

Terug naar 'Onderzoek met impact'