De gegevens uit het risicotaxatie-instrument Ritax van de Raad voor de Kinderbescherming blijken op dit moment nog onvoldoende geschikt om ontwikkelingen in jeugdcriminaliteit te kunnen duiden. De gegevens zijn niet consistent genoeg geregistreerd om betrouwbare vergelijkingen over meerdere jaren te kunnen maken, blijkt uit WODC-onderzoek. De Ritax wordt gebruikt bij jongeren die verdacht worden van het plegen van een misdrijf. De gegevens geven onder andere inzicht in de aanwezigheid van risico en beschermende factoren voor crimineel gedrag bij jeugdige verdachten. Ritax-data zijn een onderdeel van het risicotaxatie-instrument Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ).
Om te kijken hoe de jeugdcriminaliteit zich in Nederland ontwikkelt, voert het WODC periodiek onderzoek uit. Die gegevens worden onder andere gebundeld in de Monitor Jeugdcriminaliteit. Landelijk beschikbare politieregistraties bieden echter beperkt inzicht in risico en beschermende factoren van jeugdige verdachten, daarom zijn de gegevens uit Ritax (Risico Taxatie Instrument Jeugdstrafrecht ) van belang. Met deze haalbaarheidsstudie is onderzocht of de Ritax-gegevens gebruikt kunnen worden om veranderingen over de tijd in deze factoren bij jeugdigen te bestuderen.
Niet consistent
Door inhoudelijke wijzigingen aan het instrument, zoals de invoering van de Ritax 2.0 in 2022, zijn gegevens van vóór deze periode moeilijk te vergelijken met gegevens van de periode daarna. Er is onder andere sprake van een methodebreuk. Gegevens vanaf de Ritax 2.0-periode zouden mogelijk wel geschikt zijn om ontwikkelingen over de tijd te onderzoeken. Verder hanteren de raadsonderzoekers van de Raad voor Kinderbescherming verschillende werkwijzen bij het invoeren van de gegevens, wat maakt dat de gegevens moeilijk te vergelijken zijn.
Tot slot is gebleken dat een significant deel van de gegevens als ‘onbekend’ is gemarkeerd, wat betekent dat er geen antwoord is ingevuld. Vooral binnen de domeinen gezin, attitude/houding en relaties komen relatief veel ‘onbekend’-scores voor. De mate van onbekend scores wisselt naar regio, geslacht en/of leeftijd en zorgen ervoor dat de Ritax-gegevens incompleet zijn. Dat heeft gevolgen voor de representativiteit van deze gegevens en beperkt de mogelijkheid tot vergelijken over de tijd.
Beeld: © Rijksoverheid
Datakwaliteit verbeteren
Als de kwaliteit van de gegevens wordt versterkt, kan de Ritax wél een betrouwbare bron zijn om veranderingen in kenmerken van jeugdige verdachten over de tijd te bestuderen. Om de kwaliteit en bruikbaarheid van gegevens uit de Ritax te vergroten, is met name het terugdringen van ‘onbekend’-scores, in de domeinen waarin die veel voorkomen, belangrijk.
Gedacht wordt aan meer uniformiteit bij het afnemen en registreren van de Ritax. Heldere registratierichtlijnen en training van raadsonderzoekers kunnen bijdragen aan meer consistente en betrouwbare gegevens. Zodat deze ook bruikbaar worden om veranderingen in de populatie jeugdige verdachten over de tijd te duiden.
Gebruik met voorwaarden
Waar Ritax-gegevens onvoldoende geschikt zijn om periodiek ontwikkelingen over de tijd te bestuderen, kunnen de data wellicht wel gebruikt worden voor incidenteel onderzoek. Een zorgvuldige afweging hoe wordt omgegaan met ontbrekende waarden en de gevolgen daarvan voor de conclusies is daarbij belangrijk. Om uitspraken over de populatie van jeugdige verdachten te kunnen doen, is op microniveau koppeling nodig aan een externe bron waarin gegevens over de volledige populatie van jeugdige verdachten of justitiabelen beschikbaar zijn (denk aan de politieregistratie bij het CBS of de Onderzoeks- en Beleidsdatabase Justitiële Documentatie bij het WODC).
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.