Het jaarlijks aantal gepleegde winkeldiefstallen is niet nauwkeurig vast te stellen, in 2024 ligt het volgens een indicatieve schatting tussen de bijna 650.000 en ruim 1.000.000. Dat is veel meer dan de 40.000 winkeldiefstallen die jaarlijks door de politie worden geregistreerd. Als winkeldieven worden betrapt, volgt er in de meeste gevallen geen aangifte. Volgens zowel winkeliers als experts werkt het begroeten of aanspreken van klanten het best om winkeldiefstal te voorkomen. Maar er zijn meer preventieve maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van technologie met AI, of door meer training van winkelpersoneel. Ook het beter registreren van dieven met een winkelverbod en het centraal organiseren van de aangifte van winkeldiefstal kunnen helpen. Er is echter niet één pasklare oplossing voor winkeldiefstal. Wat effectief is, hangt af van het type winkel én het type winkeldief.
Dat blijkt uit onderzoek dat Ipsos I&O uitvoerde in samenwerking met Bureau Beke, in opdracht van het WODC. Zij onderzochten de aard en omvang van winkeldiefstal en hoe winkeldieven te werk gaan. Ook keken ze naar de weerbaarheid van de Nederlandse detailhandel tegen winkeldiefstal. In bijgevoegde factsheet staat de belangrijkste informatie uit het onderzoek op een rij.
Beeld: © Pexels
Factoren voor winkeldiefstal
Het type winkel en type product zijn van invloed op de aard en omvang van winkeldiefstal. Zo vindt in overzichtelijke eenmanszaken in kleinere gemeenten, waar de winkelier en klant elkaar kennen, meestal minder diefstal plaats dan in grote supermarkten in de stad met een sterk wisselend winkelpubliek. Dure producten die gemakkelijk zijn door te verkopen, zijn vooral voor de professionele winkeldief interessant, terwijl gelegenheidsdieven zich meer richten op makkelijk te verbergen producten voor eigen consumptie. Naast deze twee typen winkeldieven is er ook de meervoudige winkeldief, die regelmatig steelt, maar zonder duidelijk plan of opzet om de producten te willen doorverkopen.
Oplossingen vergen maatwerk
Winkels verschillen nogal in omvang en wat zij verkopen, maar ook in de mate waarin zij kunnen investeren en maatregelen nemen tegen winkeldiefstal. Het onderzoek brengt een vijftal maatregelen naar voren. Sommige maatregelen zijn vooral kansrijk voor grotere winkel(keten)s, zoals technische vormen van preventie en een centraal aangifteproces. Winkels worden bovendien geconfronteerd met verschillende typen winkeldieven en werkwijzen. Ook andere verschillen tussen winkels, zoals het gebruik van zelfscan- of bemande kassa’s, spelen een rol. Daarom bestaat er voor het vergroten van de weerbaarheid van de detailhandel tegen winkeldiefstal niet één pasklare oplossing. Meer laagdrempelige maatregelen, zoals het uitbreiden van training aan winkelmedewerkers, zijn wel toepasbaar voor verschillende soorten winkels.
Aanpak winkeldiefstal gedeelde verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid voor de aanpak van winkeldiefstal ligt niet alleen bij de overheid en de strafrechtketen, maar ook bij de detailhandel zelf. Daarbij is het nemen van preventieve maatregelen, die vooral een effect zullen hebben op de gelegenheidsdief, met name een verantwoordelijkheid van de sector. Voor de meervoudige winkeldief en vooral de professionele winkeldief wordt er een (actievere) rol gevraagd van de politie en het Openbaar Ministerie en moet de focus met name liggen op repressie (straffen) van deze winkeldieven. De resultaten van dit onderzoek kunnen worden meegenomen in de aanpak van winkeldiefstal.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.