Om betaalbare en toegankelijke rechtshulp voor iedereen mogelijk te maken, is het zinvol als advocaten op nieuwe manieren hun praktijk kunnen inrichten. De geldende regels houden die vernieuwing tegen. Een nieuwe vorm is bijvoorbeeld dat advocaten in dienst van rechtsbijstandverzekeraars ook niet-verzekerden mogen helpen. Om deze innovaties door te voeren is het nodig om de regelgeving aan te passen.

Lees het hele rapport

Erasmus School of Law en Pro Facto voerden het onderzoek uit in opdracht van het WODC.

Huidige praktijkstructuren

De huidige regels voor organisatievormen laten deelname van niet-advocaten in het kapitaal en bestuur van een advocatenkantoor maar zeer beperkt toe. Bij wijze van uitzondering mogen advocaten in dienst van rechtsbijstandverzekeraars voor verzekerden optreden. Er is ook een uitzondering voor advocaten in dienst van ideële organisaties, die de leden van die organisaties mogen bijstaan. De mogelijkheden voor advocaten om met andere professionals samen te werken, zijn eveneens sterk beperkt.

Deze regelgeving waarborgt de professionele onafhankelijkheid van advocaten, een belangrijke waarde voor de beroepsgroep. Ze is echter minder gericht op de toegankelijkheid van de juridische dienstverlening. In de praktijk sluit het aanbod van advocatendiensten onvoldoende op de vraag aan. Met name mensen met lage en middeninkomens en het (kleinere) midden- en kleinbedrijf hebben daardoor minder makkelijk toegang tot advocatendiensten. De bestaande regels staan nieuwe organisatievormen die voor een betere dienstverlening voor deze groepen kunnen zorgen, in de weg.

Nieuwe praktijkstructuren

De onderzoekers noemen drie nieuwe vormen die, met de nodige waarborgen, op korte termijn al kunnen bijdragen aan toegankelijke en betaalbare rechtshulp voor iedereen. In-huis advocaten van schaderegelingkantoren zouden ook hulp kunnen bieden aan niet-verzekerden. Hiervoor loopt al een experiment.

Een andere vernieuwing betreft de sociale rechtshulp, waarin nu veel zelfstandige advocaten werken. Daarvoor kan het helpen als er meer overkoepelende stichtingen komen, die de advocaten in dienst nemen. De derde vernieuwing gaat over het oprichten van netwerkorganisaties tussen zelfstandige advocaten of advocatenkantoren, die overkoepelende zaken zoals backoffice samen kunnen regelen. Dit is al toegestaan onder de huidige regelgeving, maar de voorwaarden waaronder dit kan, zijn voor de beroepsgroep onvoldoende duidelijk.

Op middellange termijn bepleiten de onderzoekers nog verdergaande versoepelingen. Zoals deelname van niet-advocaten in het kapitaal van een advocatenkantoor en samenwerking van advocaten met andere professionals.

Beeld: © Rijksoverheid / Fotograaf: Vincent van den Hoogen

Aanpassing regels

Om nieuwe organisatievormen mogelijk te maken, zijn versoepeling van de regels en nieuwe waarborgen om de onafhankelijkheid te beschermen, nodig. De onderzoekers ontwikkelden hiervoor een beoordelingskader. Daarmee kan worden bepaald aan welke voorwaarden eventuele nieuwe praktijkstructuren moeten voldoen. Ook maakten zij een stappenplan waarmee de innovaties in meerdere fasen kunnen worden ingevoerd.

De Nederlandse Orde van Advocaten NOvA maakt de regels voor de praktijkstructuren. Voor de gewenste innovaties dient de NOvA niet alleen naar de belangen van de advocatuur zelf te kijken, maar ook naar het maatschappelijk belang van toegankelijke rechtshulp. Dat behoort volgens de onderzoekers ook tot de taak van de NOvA. De onderzoekers pleiten er verder voor dat op termijn een onafhankelijke instantie de bevoegdheid krijgt om praktijkstructuren te reguleren op termijn aan wordt overgedragen.

Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.