In Nederland kunnen gehuwde stellen alleen via de rechter scheiden, ook als ze geen minderjarige kinderen hebben en ze het eens zijn over hun scheiding. Dit heeft al vaker geleid tot de vraag of de scheiding voor deze specifieke groep niet makkelijker, goedkoper en sneller geregeld kan worden via een procedure zonder tussenkomst van de rechter. Uit onderzoek blijkt dat die algemene voordelen niet kunnen worden aangetoond. Dat geldt ook voor mogelijke nadelen, zoals minder rechtsbescherming voor echtgenoten.
Hoe zo’n procedure buiten de rechter om uitvalt, is afhankelijk van de wijze waarop deze wordt ingericht. De onderzoekers schetsen acht mogelijke procedures en daaraan verbonden voor- en nadelen. Daarbij betrekken ze ook inzichten uit andere EU-landen die al een dergelijke procedure kennen.
In opdracht van het WODC onderzochten Tilburg University en de Radboud Universiteit samen welke voor- en nadelen zijn verbonden aan een echtscheiding zonder tussenkomst van de rechter (ofwel buitengerechtelijke echtscheiding). Daarbij zochten ze ook uit welke internationale ontwikkelingen er sinds 2017 op dit onderwerp zijn geweest. En ze hebben informatie opgehaald via een online enquête onder ruim 400 gescheiden personen en via interviews met betrokkenen uit het veld.
Huidige situatie
Indien partners zonder minderjarige kinderen allebei willen scheiden, dan is de rol van de rechter in de huidige gerechtelijke procedure beperkt tot het uitspreken van de echtscheiding. De rechter voert geen toets uit van de inhoud van het echtscheidingsconvenant, ofwel de afspraken die beide partners maken. In veruit de meeste zaken vindt er ook geen mondelinge behandeling van het echtscheidingsverzoek plaats. De rechtsbescherming van partners wordt daarom nu gewaarborgd door de verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Die is gebonden aan wettelijke, beroeps- en gedragsregels en onderworpen aan tuchtrecht. Ook gelden eisen voor deskundigheid, informatievoorziening en zorgplicht.

Beeld: © WODC
Bevindingen uit enquête en interviews
Personen zonder minderjarige kinderen die in de afgelopen 10 jaar zijn gescheiden in onderlinge overeenstemming, vinden de huidige rol van de rechter in de praktijk beperkt. De meesten hebben zelf afspraken gemaakt over de gevolgen van de scheiding, meestal met ondersteuning van een professional. Een klein aantal heeft na de scheiding nog juridische conflicten ervaren. Een meerderheid vindt dan ook dat scheiden zonder rechter mogelijk zou moeten zijn, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, zoals verplichting tot het maken van afspraken en toetsing op eerlijkheid daarvan door een onafhankelijk professional. Verplichte begeleiding door een deskundige vinden ze niet allemaal even nodig.
Professionals denken niet dat het schrappen van de rechter vanzelfsprekend leidt tot veel tijdswinst, kostenbesparing of verbetering van de rechtsbescherming. Ook voor de rechtspraak zelf lijkt de winst beperkt te zijn tot kosten en tijdswinst op administratief niveau. Minder verplichte professionele begeleiding zou tot wat meer efficiëntie kunnen leiden, maar roept ook zorgen op over de bescherming van kwetsbare partijen.
Inzichten uit andere EU-landen
In veel andere EU-landen is er wel een procedure voor scheiden zonder rechter. De concrete invulling verschilt wel erg per land, maar in alle landen wordt getoetst of aan de wettelijke voorwaarden voor de procedure is voldaan. In sommige landen wordt daarnaast een inhoudelijke toets verricht van de door de partijen gemaakte afspraken, bijvoorbeeld om hun beider belangen te beschermen. Daarnaast bestaan er beschermende waarborgen, zoals bedenktijden, verplichte voorlichting of betrokkenheid van een notaris. Ook in het buitenland worden aandachtspunten gesignaleerd, zoals het ontbreken van controlemechanismen.
Mogelijke benutting uitkomsten onderzoek
Indien scheiden zonder rechter mogelijk zou worden voor partners zonder minderjarige kinderen hebben, die op gezamenlijk verzoek willen scheiden, dan moet de procedure op verantwoorde wijze worden vormgegeven. De onderzoekers schetsen acht mogelijk procedures en bespreken bij elk van deze procedures de daaraan verbonden voor- en nadelen. Dit doen zij op basis van de resultaten uit hun onderzoek en ze betrekken daarbij nadrukkelijk de inzichten uit andere EU-landen die al een dergelijke procedure mogelijk hebben gemaakt. Of er uiteindelijk een procedure komt en hoe die eruit komt te zien, is volgens de onderzoekers aan de politiek.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.