Het is momenteel niet mogelijk om een betrouwbare schatting te maken van online fraude bij bedrijven. Daarvoor lopen de schattingen die gemaakt kunnen worden op basis van bestaande bronnen te ver uiteen. Bovendien worden fraudevormen niet eenduidig geclassificeerd en geregistreerd. Vooral incidenten van aan- en verkoopfraude worden gemeld en geregistreerd.
Nederlandse ondernemers hadden via VNO-NCW, MKB-Nederland en aangesloten brancheverenigingen aangegeven behoefte te hebben aan een betrouwbaar inzicht in de aard en omvang van de schade door online fraude bij bedrijven in Nederland. Mede naar aanleiding van een verzoek vanuit die koepelorganisaties heeft onderzoeksbureau Dialogic, in opdracht van het WODC, getracht dit inzichtelijk te maken. Ze onderzochten beschikbare databronnen en hebben een enquête uitgezet onder ondernemers via die koepelorganisaties.
Schattingen lopen ver uiteen
De schattingen werden uitgevoerd op basis van de volgende databronnen: politieregistraties, Fraudehelpdesk Zakelijk en een enquête onder een panel van 600 ondernemers van Ipsos I&O. De enquête die via de koepelorganisaties was uitgezet, kreeg te weinig respons. Daarbij varieerde het aantal geschatte fraude-incidenten van iets minder dan 1.700 tot bijna 190.000. En de geschatte directe financiële schade van 14 tot 211 miljoen euro. De politieregistraties bevatten geen (betrouwbare) informatie over de financiële schade van incidenten.
Beeld: © Rijksoverheid
Classificatie van fraudevormen
Uit een inventarisatie van de databronnen bleek dat er verschillende classificatiesystemen voor online fraudevormen worden gebruikt. Dit maakt het vergelijken van resultaten uit verschillende databronnen moeilijk. Daarom hebben de onderzoekers zelf een classificatiesysteem (ofwel taxonomie) opgesteld. Die onderscheidt drie niveaus: verwachte opbrengst voor de dader, werkwijze (of modus operandi) van de dader en specificatie daarvan naar verschillende fraudevormen. Zie bijgevoegd document.
Aanbevelingen
Voor beter zicht op online fraude bij bedrijven is het van belang dat er in de toekomst meer data wordt verzameld, en dat de beschikbare data van betere kwaliteit is. Om dit te bereiken bevelen de onderzoekers een aantal zaken aan:
- Aan de politie: registreer in ieder geval of een melder een particulier of een bedrijf is en welke schade het fraude-incident had. Dit geeft meer inzicht in het slachtofferschap.
- Aan de organisaties achter de databronnen: hanteer een gezamenlijke taxonomie voor online fraude, bijvoorbeeld die in het onderzoek is voorgesteld. Gezien de centrale positie van de Fraudehelpdesk Zakelijk zou overwogen kunnen worden om hen hiervoor verantwoordelijk te maken.
- Aan de Fraudehelpdesk Zakelijk: overweeg om ook informatie over de bedrijven, zoals bedrijfssector en -grootte uit te vragen bij melders. Daarmee kunnen gerichtere beleidsinterventies worden ontwikkeld voor preventie en bestrijding van online fraude.
- In dit onderzoek bleek opnieuw dat ondernemers lastig te bereiken zijn via enquêtes, maar wellicht dat het wel lukt door aan te sluiten bij de bredere Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven van het CBS, die naar verwachting in 2026 wordt uitgezet.
Bij dit rapport schreeft het WODC deze aanbiednota.