Bij crises en rampen vormt georganiseerde burgerhulp geen vervanging van professionele hulp. Het kan wel een waardevolle aanvulling hierop zijn. Van belang daarbij is dat de burgerhulp goed aansluit bij bestaande behoeften en de fase waarin de ramp of crisis zich bevindt. Coördinatie tussen professionele organisaties en burgerhulp is van groot belang en hierin kunnen overheden een belangrijke rol spelen.

Lees het hele rapport

Beeld: © Rijksoverheid

ARQ Psychotraumacentrum en de Rijksuniversiteit Groningen onderzochten in opdracht van het WODC welke internationale ervaringen zijn opgedaan met georganiseerde burgerhulp bij crises en rampen. De veranderende internationale veiligheidssituatie en de toenemende (hybride) dreiging waarmee Nederland te maken heeft, vormde aanleiding voor dit onderzoek. De onderzoekers doen acht aanbevelingen aan de overheid voor de verdere verkenning van mogelijkheden tot het opzetten van burgerhulp in Nederland:

1. Sluit aan bij behoefte en crisisfase

Begin bij de taak die moet worden opgepakt. Deze kan verschillen per crisisfase (voorfase, acute fase, nafase) en ook per gebeurtenistype (natuurramp, hybride dreiging, etc.), al zal een deel van de taken generiek kunnen zijn.

2. Benut bestaande structuren, maar houd ruimte voor nieuwe initiatieven

Bestaande organisaties, gemeenten, veiligheidsregio’s en maatschappelijke netwerken kunnen mobilisatie en coördinatie ondersteunen, maar spontane initiatieven zouden moeten worden herkend en aangesloten zonder hun flexibiliteit direct weg te organiseren. Opkomende en gevestigde vormen kunnen elkaar aanvullen, verrijken en in elkaar overvloeien.

3. Organiseer de voorwaarden voor inzet

Denk aan concrete taken, matching, aanspreekpunten, instructie, begeleiding, veiligheid, materialen, verzekering, financiering en duidelijke werkafspraken. Een groot vrijwilligersbestand is niet genoeg. Welke voorbereiding nodig is, hangt af van de taak en het risico: eenvoudige en afgebakende taken kunnen vaak met instructie ter plaatse worden uitgevoerd, complexere of risicovolle taken vragen om voorafgaande training, screening of specifieke deskundigheid.

4. Houd rekening met bereik en continuïteit

Niet iedere mobilisatievorm bereikt dezelfde groepen of gemeenschappen. Jongeren en andere groepen vragen om andere (gerichte) werving en praktische ondersteuning. Bij langdurige crises spelen factoren als belasting en continuïteit een grotere rol dan bij kortstondige crises.

5. Investeer in samenwerking en afstemming

Samenwerking tussen burgerhulpinitiatieven, overheden, hulpdiensten en maatschappelijke organisaties is cruciaal. Hoewel de rolverdeling tussen deze partijen verschilt per context, wordt goede samenwerking gekenmerkt door afstemming, binding en inbedding. Aanvullende kenmerken zijn daarnaast afhankelijkheidsbewustzijn, sociaal vertrouwen, een positieve verhouding tussen kosten en baten, een gezagvolle coördinator, verenigbare voorkeuren rondom doelen en middelen.

6. Zoek een balans tussen structuur en flexibiliteit

Formalisering van burgerhulpinitiatieven heeft voordelen voor coördinatie en continuïteit. Tegelijkertijd kan dit ten koste gaan van de wendbaarheid die soms nodig is in crises. Deze spanning tussen grip en loslaten lijkt een van de belangrijkste lessen uit de geanalyseerde literatuur.

7. Beschouw burgerhulp als onderdeel van een bredere crisisaanpak

Burgerhulp staat niet los van andere formele instanties en informele netwerken. Een integrale benadering heeft aandacht voor deze systemische context, die dynamisch verandert gedurende de verschillende fases van de crisiscyclus. In deze context wordt ook besloten wanneer burgerhulp niet wordt ingezet. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer de crisisaanpak niet gebaat is bij burgerinzet, zoals in situaties waarin burgers de professionele hulpverlening belemmeren in plaats van aanvullen. Een andere reden om af te zien van de inzet van burgerhulp is wanneer dit onacceptabele risico’s met zich meebrengt, zoals een grote kans op ernstige schade voor of door vrijwilligers.

8. Blijf leren van de praktijk

De wetenschappelijke literatuur laat zien dat de kennis over de effectiviteit van burgerhulp nog beperkt is. Het succes van burgerhulp kan op verschillende manieren tot stand komen. Het systematisch volgen, evalueren en delen van ervaringen kan bijdragen aan de verdere ontwikkeling van burgerhulp.

Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.