De regulering van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen is de afgelopen vijf jaar verbeterd. Daaraan heeft de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) sterk bijgedragen. Deze wet trad in juli 2021 in werking en bevat naast governanceregels ter voorkoming van ondermaats bestuur of toezicht ook regels waarmee daartegen achteraf kan worden opgetreden. Uit een evaluatie van de WBTR blijkt dat de wet over het geheel genomen goed functioneert. Wel zijn er enige knelpunten die aandacht van de wetgever verdienen. Zo zou de in 2021 ingevoerde verzwaring van de faillissementsaansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen moeten worden teruggedraaid. Ook zou de positie van de raad van commissarissen bij stichtingen moeten worden versterkt.
De evaluatie is uitgevoerd door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam. In opdracht van het WODC hebben zij de doeltreffendheid en de effecten van de WBTR in de praktijk onderzocht. Directe aanleiding voor het onderzoek is een bepaling in de WBTR zelf, dat deze na vijf jaar wordt geëvalueerd.
Achtergrond en reikwijdte WBTR
De WBTR is grotendeels een reactie op incidenten in de semipublieke sector zoals gesignaleerd in het in 2013 verschenen rapport van de Commissie Halsema. Daarnaast beoogt de WBTR uniformering, aanvulling en verduidelijking van de regels met betrekking tot bestuur en toezicht bij verenigingen (waaronder coöperaties) en stichtingen in het algemeen. De maatregelen van de WBTR strekken zich daarom mede uit tot de vrijwilligerssector (denk aan goede doelen-organisaties, sport- en hobbyverenigingen en culturele instellingen).

Beeld: © Pixabay
Verbeterslag gerealiseerd
De WBTR en specifieke sectorale wet- en regelgeving (waaronder governancecodes) hebben gezorgd voor een belangrijke verbeterslag in de regulering van bestuur en toezicht van verenigingen en stichtingen die opereren in semipublieke sectoren (volkshuisvesting, zorg en onderwijs). Er zijn geen prangende kwesties die specifiek de semipublieke instellingen raken en nopen tot wetswijziging. Voor het andere hoofddoel van de WBTR (uniformering, aanvulling en verduidelijking van de regels met betrekking tot bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen in het algemeen) is het beeld gemengd. De WBTR-maatregelen op dit punt zijn over het algemeen positief ontvangen. Wel signaleren de onderzoekers hier enige knelpunten.
Wenselijke aanpassingen
Er is reden voor wijziging, aanvulling en verduidelijking van de wettelijke regeling van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen in het algemeen. De onderzoekers doen daarvoor diverse voorstellen, waaronder enige specifieke aanbevelingen aan de wetgever. Zo wordt aanbevolen de in 2021door de WBTR zonder noodzaak ingevoerde verzwaring van de faillissementsaansprakelijkheidsregels voor bestuurders en commissarissen van niet-commerciële verenigingen en stichtingen te schrappen. Andere aanbevelingen zien onder meer op:
- de versterking van de bevoegdheden van de raad van commissarissen bij stichtingen;
- de WBTR-regels met betrekking tot het bestuursmodel met uitvoerende bestuurders en toezichthoudende niet-uitvoerende bestuurders die nog steeds niet zijn ingevoerd;
- de verduidelijking van de voorschriften over besluitvorming in situaties waarin een bestuurder of commissaris een belang heeft tegenstrijdig aan dat van de rechtspersoon;
- de mogelijkheden die de rechter heeft bestuurders en commissarissen van stichtingen te verbieden een bestuurs- of toezichtsfunctie te vervullen.
Overige aandachtspunten
De onderzoekers brengen ook andere maatregelen en instrumenten in kaart ter bevordering van de doelstelling van de WBTR. Aandacht verdienen bijvoorbeeld de bredere (publieks)voorlichting en de verzekerbaarheid van aansprakelijkheidsrisico’s van bestuurders en commissarissen, vooral in de vrijwilligerssector.
Bij het rapport ‘Evaluatie Wet bestuur en toezicht rechtspersonen’ schreef het WODC deze aanbiednota.