Van perceptie naar feit - Asielzoekers en buurtcriminaliteit

Van perceptie naar feit - Asielzoekers en buurtcriminaliteit

De komst van een opvangcentrum voor asielzoekers (ook wel ‘AZC’ genoemd) gaat regelmatig gepaard met protesten van buurtbewoners die vrezen dat de komst van zo’n centrum zal leiden tot meer criminaliteit. Op verzoek van het ministerie van J en V heeft het WODC een onderzoek uitgevoerd naar asielzoekers en buurtcriminaliteit.

Het onderzoeksrapport “Van perceptie naar feit. Asielzoekers en buurtcriminaliteit” is op 1 februari aan de Tweede Kamer aangeboden. Conclusie: hoewel het aandeel personen met politiecontacten onder de asielzoekers wat hoger is dan gemiddeld onder de reguliere bevolking, heeft de aanwezigheid van een AZC geen statistisch significant effect op de buurtveiligheid.

Het onderzoek is gebaseerd op populatie- en buurtanalyses met microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over meerdere jaren. Het CBS heeft een schat aan informatie over individuen. Het bijzondere aan dit onderzoek is dat het CBS op verzoek van het WODC gegevens over plaats delict van aangiften en processen-verbaal uit opsporing koppelde aan alle Nederlandse buurten. Ook adressen van AZC’s werden door CBS gekoppeld, waardoor het mogelijk was om te bepalen in welke buurten er wel en niet een AZC was. Op basis van CBS-microdata zijn diverse buurtkenmerken berekend die niet standaard beschikbaar zijn bij het CBS.

In geen van de analyses is gebleken dat de aanwezigheid van een AZC een aantoonbaar statistisch significant effect heeft op de omvang van de buurtcriminaliteit en de individuele kans op slachtofferschap. Ook als onderscheid werd gemaakt naar type opvanglocatie, bezetting en samenstelling van de bewoners werden er geen significante effecten gevonden.

Wel is het zo dat het percentage asielmigranten in opvang dat verdacht wordt van criminaliteit in alle onderzochte jaren hoger is dan gemiddeld onder de reguliere bevolking. Het percentage criminaliteitsverdachten onder de asielmigranten was in 2015 naar schatting tussen de 2,5% en 3,7%. Bij de reguliere bevolking was dat 1,1%. Die oververtegenwoordiging blijkt grotendeels te verklaren door de afwijkende samenstelling van de groep asielzoekers naar leeftijd en geslacht: het betreft veelal jonge mannen. Daarnaast speelt de zwakke sociaaleconomische positie van asielzoekers en het feit dat zij relatief vaak buiten gezinsverband wonen mee. De oververtegenwoordiging is geconcentreerd onder groepen met een kleine kans op een verblijfsvergunning die veelal afkomstig zijn uit relatief veilige landen.

Asielzoekers zijn verantwoordelijk voor een beperkt deel van de criminaliteit in Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat zij ongeveer 0.5% van de criminaliteitsverdachten vertegenwoordigen.

Lees het volledige rapport: Van feit naar perceptie; asielzoekers en buurtcriminaliteit (Cahier, 2017-16)

Filmpje: Van perceptie naar feit