Voor de aanpak van financieel-economische criminaliteit (FINEC), zoals fraude, milieucriminaliteit en witwassen, is een combinatie van interventies nodig. Zowel wetenschappelijke studies als praktijkervaringen uit het veld onderschrijven die noodzaak. Niet één interventie bereikt het doel. En deze vormen van criminaliteit bieden bij uitstek de mogelijkheid om interventies in te zetten in verschillende en wisselende combinaties, toegesneden op de situatie. Dat maakt de uitvoering ervan wel complex. Er moet rekening worden gehouden met juridische aspecten rondom de combinatie van interventies en het vraagt om veel afstemming tussen betrokken uitvoerders. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam in opdracht van het WODC.
Uit de literatuurstudie blijkt dat de vermeende effectiviteit van interventies voor de aanpak van FINEC zeer beperkt is. Dit beeld wordt bevestigd in een analyse van acht geselecteerde interventies. Effectstudies zijn schaars en de studies die er zijn, tonen vaak wisselende of beperkte effecten. Dit geldt voornamelijk voor campagnes, snelle afdoenings-procedures en boetes. De effectiviteit blijkt sterk afhankelijk van contextuele factoren zoals doelgroep en combinatie met andere maatregelen. Campagnes die uitsluitend informatie overbrengen of angst oproepen, blijken zelden te leiden tot duurzame gedragsverandering. Interventies zijn zelden op zichzelf voldoende om structurele gedragsverandering of effectieve handhaving te realiseren. Zo hebben campagnes pas impact wanneer die worden ingebed in bredere handhavingsstrategieën.
Effectieve interventies
Respondenten in het onderzoek noemen enkele kenmerken van effectieve interventies. In de eerste plaats is dat de norm-overdragende functie van interventies. Of het nu gaat om campagnes, tuchtrecht, bestuurlijke rapportages of afroomboetes: effectieve interventies zijn zelden uitsluitend repressief van aard. Er wordt nadrukkelijk gedragsverandering, bewustwording of het bevestigen van maatschappelijke normen beoogd.
Een tweede kenmerk van effectiviteit is samenwerking. Interventies die in de ogen van de respondenten effectief zijn, worden gekenmerkt door nauwe afstemming tussen publieke en private partijen. Een derde veelgenoemd kenmerk van effectieve interventies is maatwerk. Interventies moeten goed aansluiten bij de context, de doelgroep en de ernst van het probleem. De effectiviteit van interventies hangt volgens respondenten af van de mate waarin die flexibel en afgestemd op de praktijk ingezet kunnen worden.
Knelpunten bij uitvoering
Bij de uitvoering van bijna alle interventies kampen betrokkenen met onzekerheid over de daadwerkelijke impact. Het bereik van een interventie is volgens respondenten vaak wel waarneembaar, maar gedragsverandering of effecten op interne normen van overtreders zijn nagenoeg niet vast te stellen.
Een tweede probleem is de capaciteit en kennis bij verschillende organisaties binnen het FINEC-veld. Veel interventies vragen om specifieke expertise die niet altijd aanwezig is of die afhankelijk is van individuen en die daardoor onvoldoende verankerd is binnen de organisatie. Bovendien is er sprake van versnippering: organisaties werken vaak langs elkaar heen, met beperkte kennisdeling en zonder een centrale coördinatie.
Een derde knelpunt betreft juridische en culturele barrières. De toepassing van sommige interventies wordt beperkt door wetgeving of door een cultuur die sterk is gericht op het strafrecht. Hierdoor blijven alternatieve routes onderbenut, ondanks het potentieel dat respondenten zien. Respondenten noemen onwetendheid onder collega’s, naast een gebrek aan nieuwsgierigheid, als reden voor het niet inzetten van mogelijk effectieve interventies. Daarnaast is een terugkerend thema de politieke prioriteit die in meerdere, of mindere, mate wordt gegeven aan het aanpakken van bepaalde problematiek met betrekking tot FINEC.
Beeld: © WODC
Aanbevelingen
De onderzoekers vragen aandacht voor de zogenoemde escalatieladder, waarmee effectief kan worden op- of afgeschaald tijdens het handhavingsproces. Cruciaal hierbij is een soepele samenwerking tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke partners. Daarmee is een tweede aanbeveling voor de praktijk om te investeren in de communicatie en in de relatie tussen organisaties. Men moet weten wat andere partijen te bieden hebben, welke kennis beschikbaar is en hoe die benut kan worden. Korte lijnen en wederzijds begrip maken een samenwerking efficiënter en effectiever. Een derde aanbeveling betreft het opbouwen, toegankelijk maken en benutten van kennis. Hoewel er veel kennis aanwezig is binnen het veld, is deze niet altijd bekend of toegankelijk op de plekken waar ze nodig is. De webapplicatie JUSTIA kan hierbij een faciliterende rol spelen.
JUSTIA
Deze webapplicatie JUSTIA biedt een beschrijving van verschillende interventiemogelijkheden voor FINEC en inzichten uit wetenschappelijk onderzoek over de werkzaamheid ervan. JUSTIA lijkt wat betreft typen geïncludeerde interventies zeer compleet, maar het kan worden aangevuld met informatie over good practices en knelpunten, de veronderstelde werkzame mechanismen en in het bijzonder het vermeende effect. Ook kan meer aandacht worden besteed aan mogelijke combinaties met andere interventies of aan de positionering van een interventie op de escalatieladder.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.
De foto is een still uit een animatie van JUSTIA.