Welke corruptiedreigingen hebben voor Nederland het hoogste risiconiveau? Uitgaande van hun mogelijke impact en de mate waarin deze voorkomen of tegengegaan kunnen worden. Enkele van de 13 grootste risico’s gaan over politieke ambtsdragers, rechtshandhavingsambtenaren en financiële dienstverleners. Zij kunnen door criminele organisaties, private partijen of statelijke actoren worden gecorrumpeerd, bijvoorbeeld via omkoping of chantage. Dit blijkt uit de National Risk Assessment (NRA) Corruptie van het WODC. De resultaten van de NRA kunnen worden benut voor het prioriteren van landelijk anti-corruptiebeleid. Publieke en private partijen kunnen de NRA gebruiken als startpunt voor een eigen meer specifieke risicoanalyse op organisatorisch en/of sectorniveau.
Grootste corruptierisico’s
Corruptie begint meestal met integriteitsschendingen, waarbij iemand in strijd handelt met schriftelijke regels of de ongeschreven waarden en normen van een organisatie. Deze NRA biedt inzicht in de 13 corruptiedreigingen met volgens corruptie-experts het hoogste risiconiveau. 8 hiervan hebben betrekking op binnenlandse ambtelijke corruptie: niet integer of corrupt handelende volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders, rechtshandhavingsambtenaren en overige ambtenaren binnen gemeenten, provincies en het rijk. Bij 4 dreigingen gaat het om corrupt handelende financiële en niet-financiële dienstverleners. De genoemde actoren kunnen op verschillende manieren, onder meer via omkoping of door (dreiging met) geweld, worden gecorrumpeerd door criminele organisaties, (andere) private partijen (zoals bedrijven) of statelijke actoren (zoals buitenlandse inlichtingendiensten). Eén dreiging betreft internationaal actieve Nederlandse private partijen die publieke en/of private partijen in het buitenland corrumperen. Bijvoorbeeld door via omkoping hun kansen op een buitenlandse aanbesteding te vergroten.
Risiconiveau
Corruptie-experts van verschillende stakeholders met een rol bij het voorkomen of tegengaan van corruptie identificeerden de 13 grootste dreigingen uit een longlist van 78 dreigingen. Vervolgens beoordeelden ze de mogelijke impact van de dreigingen en de weerbaarheid van het anti-corruptie-instrumentarium. Het risiconiveau van de dreigingen is bepaald door per dreiging de mogelijke impact af te zetten tegen de weerbaarheid. De experts baseerden hun oordelen zoveel mogelijk op feiten en cases die bij hen bekend waren op basis van hun werkzaamheden. Gevallen van integriteitsschendingen en corruptie zijn niet altijd bekend bij politie, justitie of andere handhavers en niet voor alle grootste dreigingen zijn dan ook (recente) casus beschikbaar. Toch vinden de experts het aannemelijk dat die dreigingen zich voor kunnen doen of zich al voordoen.
Beeld: © Lammert Joustra
Verhoging weerbaarheid
Ondanks de aanwezigheid van een uitgebreid anti-corruptie-instrumentarium valt nog het nodige te winnen bij integriteits- en corruptiepreventiebeleid van publieke en private partijen. Een uitbreiding van het werkingsgebied van het bestaande instrumentarium lijkt minder urgent.
Het is vooral van belang dat zowel publieke als private partijen hun integriteits- en preventiebeleid verder ontwikkelen. Bijvoorbeeld een versterking van het aannamebeleid voor personeel, ter voorkoming dat personen worden aangenomen die bij een eerdere werkgever vertrokken vanwege integriteitsschendingen. Maar het gaat ook om de versterking van het beleid over de inzet van externen in functies waarmee corruptierisico’s gepaard gaan, bijvoorbeeld baliemedewerkers van een gemeente die via een uitzendbureau worden ingezet. Ook lijkt er nadere aandacht wenselijk te zijn voor de naleving van integriteitsbeleid door politieke ambtsdragers. De weerbaarheid kan worden verhoogd wanneer leidinggevenden richting werknemers periodiek aandacht besteden aan het belang van naleving van het geldende integriteits- en preventiebeleid van de eigen organisatie en de bestaande wet- en regelgeving. Hierbij helpt het als zij zelf het goede voorbeeld geven, dit ook uitdragen en een open cultuur creëren waarin werknemers zich vrij voelen om integriteitskwesties te melden en bespreken.
National Risk Assessment
Deze NRA bouwt voort op de onderzoeksmethoden die zijn toegepast in de eerdere NRA’s vanaf 2017 over witwassen en terrorismefinanciering. Daarbij is nagegaan in hoeverre het (beleids)instrumentarium in staat is om de dreigingen op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen of te bestrijden. Er is een speciale pagina over National Risk Assessment met ondere andere een overzicht van eerdere rapportages.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.