De Nederlandse overheid zet zich in om criminaliteit op verschillende manieren te voorkomen of tegen te gaan. Daarbij is het belangrijk om inzicht te krijgen in de belangrijkste risico’s bij een bepaalde criminaliteitsvorm. Een National Risk Assessment (NRA) kan bijdragen aan dit inzicht. De methode is tot op heden toegepast op de criminaliteitsvormen witwassen, terrorismefinanciering en corruptie. De resultaten van de NRA kunnen gebruikt worden voor op risico gebaseerde beleidskeuzes door publieke en private organisaties die een rol (kunnen) spelen bij het voorkomen en/of tegengaan van de betreffende vorm van criminaliteit.
Sinds 2017 heeft het WODC drie NRA’s op het terrein van witwassen en drie NRA’s op het terrein van terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. Voor het Caribische deel van Nederland – de eilanden Bonaire, Sint- Eustatius en Saba – zijn sindsdien twee NRA’s uitgevoerd op beide terreinen. Begin 2026 heeft het WODC een NRA op het terrein van corruptie afgerond.
Wat houdt een National Risk Assessment in?
Een NRA brengt een ordening aan van het risiconiveau van alle relevante dreigingen op een bepaald terrein. Hiermee maakt de NRA risico-gebaseerd beleid mogelijk. De resultaten van een NRA helpen beleidsmakers bij het ontwikkelen, prioriteren en verantwoorden van beleidskeuzes. De NRA wordt opgebouwd vanuit de elementen dreigingen, kwetsbaarheden van de context waarbinnen de dreigingen spelen, potentiële impact van de dreigingen en weerbaarheid van het beschikbare (beleids)instrumentarium tegen de dreigingen.
Bij ‘dreigingen’ gaat het om methoden die gehanteerd kunnen worden door personen ten behoeve van een vorm van criminaliteit. Concreter: bij de NRA op het terrein van witwassen gaat het om methoden die (groepen) personen kunnen gebruiken om crimineel verkregen geld wit te wassen. De ‘context’ waarbinnen de dreigingen spelen, vormt een belangrijke factor in de kwetsbaarheid voor en de prevalentie van de dreigingen. Bij context kan het bijvoorbeeld gaan om de geografische ligging van Nederland, in het rijke West-Europa of de etnische samenstelling van de Nederlandse bevolking. Deze context van de dreigingen is in de regel niet of slechts zeer beperkt te beïnvloeden door beleid. Als dreigingen prevalent zijn, kunnen ze verschillen in de impact die ze hebben (‘potentiële impact’). Bij ‘weerbaarheid’ gaat het om de werking van het (beleids)instrumentarium dat in Nederland beschikbaar is voor de preventie en/of repressie van de betreffende criminaliteitsvorm. Dit betreft zowel de inhoud/strekking als de uitvoering van die instrumenten. Bij weerbaarheid gaat het dus om de werking van het instrumentarium om de dreiging tegen te gaan. De uiteindelijke analyse wordt weergegeven in een ‘heatmap’, een grafische weergave waarin de potentiële impact van de belangrijkste dreigingen wordt afgezet tegen de weerbaarheid van het beschikbare (beleids)instrumentarium tegen deze dreigingen. De dreigingen met het hoogste risiconiveau zijn de dreigingen met een hoge potentiële impact en een lage weerbaarheid.
De door het WODC uitgevoerde NRA’s hebben een hoofdzakelijk kwalitatieve insteek waarbij de risicoanalyse is gebaseerd op oordelen en inschattingen van experts uit het veld. Daarbij gaat het om hun inschattingen van enerzijds de impact die ‘dreigingen’ kunnen hebben en anderzijds de ‘weerbaarheid’ van het beschikbare beleidsinstrumentarium om die dreigingen te voorkomen of tegen te gaan. De kwalitatieve insteek van de NRA maakt het mogelijk om ook dreigingen in de risicoanalyse te betrekken die nog niet zijn gesignaleerd en geregistreerd.
Longlist van dreigingen en contextanalyse
In de beginfase van de NRA’s die het WODC uitvoert, wordt allereerst gekeken naar alle mogelijke dreigingen die bij een bepaalde vorm van criminaliteit kunnen voorkomen. Ten behoeve van de dreigingen-longlist wordt relevante literatuur bestudeerd en wordt een vragenlijst uitgezet onder publieke en private partijen die in meer of mindere mate kennis hebben van de betreffende criminaliteitsvorm.
In de contextanalyse wordt gekeken naar ‘kwetsbaarheden’ van Nederland ten aanzien van de dreigingen. Dit zijn contextfactoren, bijvoorbeeld van geografische, demografische, sociaal-culturele, economische en/of criminologische aard, die van invloed kunnen zijn op de keuze van een crimineel om een bepaalde methode ten behoeve van de criminaliteitsvorm in te zetten, maar ook op de mogelijke impact van die methode. Het gaat hierbij om factoren die relatief vaststaan en waarop door beleidsbeslissingen niet of niet direct kan worden ingegrepen. Concreter: Nederland beschikt over verschillende kenmerken die ons land bijvoorbeeld interessant maken om illegaal verkregen geld wit te wassen. Het gaat onder meer om de geografische ligging van Nederland, de open, op handel gerichte economie, de grote en internationaal georiënteerde financiële sector, de fiscale aantrekkelijkheid voor grote buitenlandse ondernemingen en het feit dat Nederland één van de grootste luchthavens en havens ter wereld heeft.
Expertmeetings
Uit de dreigingen-longlist identificeren deelnemers aan een expertmeeting – die de lijst ook kunnen aanvullen met dreigingen die volgens hen ontbreken – de dreigingen die volgens hen de grootst mogelijke impact hebben. Het betreft de impact op een aantal vooraf vastgestelde criteria. Deze impact kan per criminaliteitsvorm verschillen. Witwasdreigingen kunnen bijvoorbeeld een uitwerking hebben op het vertrouwen in het financiële stelsel, de reguliere economie en de maatschappelijke orde. In een tweede expertmeeting schatten experts per dreiging wat de potentiële impact is van een dreiging op de betreffende criteria (aan de hand van een Multi Criteria Analyse). Tot slot bepalen experts in een derde expertmeeting de ‘weerbaarheid’ van het beschikbare instrumentarium ter preventie en/of repressie van de grootste dreigingen. Bij ‘weerbaarheid’ gaat het om de werking van het totaal beschikbare instrumentarium – het kan zowel om de inhoud/strekking als de uitvoering van die instrumenten gaan – waarbij geldt: hoe hoger de weerbaarheid, hoe meer de impact die de dreigingen kunnen hebben, kan worden tegengegaan. Eindresultaat van een NRA is het verkrijgen van inzicht in het risiconiveau van de grootste dreigingen, namelijk door de potentiële impact af te zetten tegen de weerbaarheid. Dit gebeurt in de vorm van een heatmap.
Waarom kernrol voor experts in NRA?
Bij alle vormen van criminaliteit, en dus ook bij de verschillende dreigingen die in de NRA centraal staan, blijft een groot deel verborgen. Dit deel wordt dus ook niet geregistreerd. In de criminologie staat het niet geregistreerde deel van de criminaliteit bekend als het dark number. Omdat de NRA zich niet beperkt tot de gekende en dus geregistreerde dreigingen volstaat voor de NRA een kwantitatieve analyse niet. Vertegenwoordigers van expertorganisaties met een operationele rol in de preventie en bestrijding van criminaliteit vangen in hun dagelijkse praktijk signalen van criminaliteit op. Naast de bekende vormen van criminaliteit kan het hierbij ook gaan om vormen die zich in Nederland nog niet hebben voorgedaan, maar bijvoorbeeld in het buitenland al wel. Om een ordening in het risiconiveau te kunnen aanbrengen van zowel de gekende als de niet gekende dreigingen dient er een overall analyse over de dreigingen te worden uitgevoerd waarbij voor alle dreigingen dezelfde analyse wordt uitgevoerd. Dit omvat een onderlinge vergelijking van de dreigingen op potentiële impact en weerbaarheid van het instrumentarium, waarbij – om de vergelijking zo betrouwbaar mogelijk te kunnen maken - steeds dezelfde methode wordt toegepast. De benodigde informatie voor deze analyse is beschikbaar bij operationele vertegenwoordigers van expertorganisaties. In de dataverzameling voor de NRA is er voor deze experts dan ook een kernrol.
Wetenschappelijke uitgangspunten
De uitgangspunten voor de uitvoering van een NRA zijn in 2016 vastgesteld in een methoden- en dataverkenning door het WODC en de Universiteit Utrecht (Verkenning methoden en data National Risk Assessment Witwassen en Terrorismefinanciering (wodc.nl)). Sindsdien bepaalt de ISO 31000 standaard voor risicomanagement de structuur van NRA’s. Binnen dit internationaal gestandaardiseerde kader kunnen allerlei onderzoeksmethoden worden toegepast. Andere uitgangspunten die bij NRA’s van toepassing zijn, betreffen de wetenschappelijke benadering, de (mede) gerichtheid op in Nederland nog niet gesignaleerde dreigingen en de dreigingen die zich in de toekomst kunnen materialiseren. Om te kunnen leren van ervaringen met de uitvoering van NRA’s en te kunnen profiteren van voortschrijdende inzichten wordt er transparant gerapporteerd en bevatten de NRA’s een zelfevaluatie waarmee zij het karakter van een groeimodel hebben.
Wil u meer informatie over de methodologie achter de NRA’s neem dan contact op met de WODC-informatiedesk.