Het aantal mensen in Nederland met één of meer juridische problemen is licht gegroeid. De toename zit vooral in kwesties over wonen en werk, en gezondheidsproblemen veroorzaakt door derden, zoals een verkeersongeluk. Dit blijkt uit een vijfjaarlijks WODC-onderzoek over de toegang van burgers tot het recht, juridische instanties en procedures. Uit het onderzoek blijkt ook dat het aantal mensen met een juridisch probleem dat actie onderneemt, weer een beetje is afgenomen. Dat zou kunnen duiden op verslechtering van de toegang tot het recht. Positief is dat partijen die elkaar wél treffen, steeds vaker overeenstemming bereiken.
De zogenoemde Geschilbeslechtingsdelta analyseert in hoeverre Nederlandse burgers (potentieel) civiel- en bestuursrechtelijke problemen hebben, hoe ze die aanpakken en hoe dat afliep. Toegang tot het recht is een kernwaarde van de rechtsstaat. Daarom onderzoekt het WODC of burgers hun weg in het juridische systeem weten te vinden.
Ipsos I&O en Centerdata voerden voor de Geschilbeslechtingsdelta 2024 een enquête uit, die is ingevuld door 6.760 respondenten. Dit onderzoek gaat over de periode 2020-2024.
Beeld: © Rijksoverheid
Meer problemen
Het aandeel respondenten dat ten minste één (potentieel) juridisch probleem rapporteerde, nam toe van 57% naar 61%. Bijna de helft daarvan werd als ernstig tot zeer ernstig ervaren. Deze problemen kunnen heel verschillend zijn, van een probleem met de garantie bij een apparaat tot verborgen gebreken in een aangekocht huis.
In de onderzochte periode vond de coronapandemie plaats, maar dat heeft geen grote invloed gehad, blijkt uit de cijfers. Van de tijdens corona ontstane problemen is 10% veroorzaakt door de coronapandemie. Dit cijfer had nauwelijks invloed op het totaal, omdat respondenten meerdere kwesties konden rapporteren.
Gemengd beeld in aanpak
Minder mensen dan in voorgaande periodes ondernamen actie om hun probleem aan te pakken. Het aandeel respondenten dat géén actie ondernam, steeg van 11% naar 13%. Zij hadden geen contact met de andere partij, schakelden geen professionele hulp in en hadden geen mediation of procedure. Positief is dat degenen die wél actie ondernamen, vaker afspraken maakten met de andere partij om het probleem op te lossen: hun aandeel steeg van 34% naar 39%. Deze afspraken worden ook rechtvaardig gevonden. Het gebruik van juridische hulp, mediaton en juridische procedures blijft stabiel.
Verslechterde toegang?
De geleidelijke toename van het aandeel mensen dat geen actie onderneemt – elke editie stijgt dit met een paar procentpunten – is zorgelijk als het gaat om toegang tot het recht. Het gaat soms om zeer ernstige juridische problemen. Het is niet duidelijk waardoor die toename komt.
Wel duidelijk is dat een aanzienlijk deel van de mensen met juridische problemen geen actie onderneemt omdat zij de juiste weg niet kennen, het stressvol vinden of omdat ze geen tijd of geld hebben. Dit zou kunnen duiden op drempels in de toegang tot het recht. Het WODC voert momenteel verdiepend vervolgonderzoek uit naar deze groep en andere respondenten waarvan op basis van hun antwoorden in de enquête wordt verwacht dat zij een gebrek aan toegang ervaren.
Aandacht voor jongeren, huurproblemen en discriminatie
De onderzoekers vragen aandacht voor jongeren, mensen met problemen met hun huurwoning en mensen met problemen met discriminatie, smaad/laster en slechte behandeling door de overheid. Zij hebben relatief veel moeite om hun problemen aan te pakken. Ook schatten zij hun juridische vaardigheden iets lager in. Het is van belang deze groepen extra aandacht te geven in beleid om de toegang tot het recht te versterken.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.
Zie ook onderstaande infographic.
Beeld: © WODC