Door klimaatverandering komen natuurrampen, zoals overstromingen, bosbranden en stormen steeds vaker voor. Dergelijke natuurrampen vragen extra politiecapaciteit die vooral is gericht op noodhulp en handhaving. Dat kan onder andere leiden tot minder aandacht voor opsporing van verdachten. In dit WODC-rapport is doorgerekend wat de effecten zijn van een natuurramp op de strafrechtketen. Die effecten blijken niet heel groot. Wel kunnen bestaande problemen door de ramp onder bepaalde omstandigheden verder worden vergroot.
Bij een natuurramp is de politie niet alleen bezig met directe noodhulp en handhaving. Er zijn bijvoorbeeld ook altijd mensen die zichzelf verrijken ten koste van de slachtoffers van de ramp. Naast de directe inzet van politie kan een overstromingsramp daarom ook indirect effecten hebben op andere onderdelen van de strafrechtsketen, zoals slachtofferhulp en de leerplichtwet.
Dit WODC-rapport toont aan dat de gevolgen van een natuurramp op de strafrechtketen meevallen in geval van een goed functionerende strafrechtketen. In sommige scenario’s kunnen echter bestaande problemen, zoals de huidige voorraadvorming als gevolg van capaciteitstekorten, worden vergroot.
Kleine effecten op verdachten en overtredingen
In dit onderzoek zijn vijf scenario’s opgesteld voor een grote overstroming in de regio Utrecht. In elk scenario werd gevarieerd met de inzet van de politie op opsporing en het aantal verdachten. Het effect van de ramp blijkt niet heel groot. Verwacht wordt dat er hoogstens 4% minder en maximaal 0,2% meer verdachten zullen zijn. Voor overtredingen wordt een stijging van maximaal 3% verwacht. De instroom van misdrijven bij het OM varieert dan tussen de 1,5% minder en 0,6% meer zaken. Verderop in strafrechtsketen zijn die effecten minder zichtbaar, omdat deze zaken tot diverse sancties leiden en de effecten over verschillende ketenpartners worden verdeeld.
Beeld: © Rijksoverheid
Aanzienlijk effect op de begroting
Een natuurramp heeft wel substantiële effecten op de kosten. Sommige kosten kunnen tijdelijk vervallen door een ramp, andere nemen juist toe. In het rampjaar zelf variëren de (niet-gemaakte) kosten van -70 miljoen tot +41 miljoen euro. En van -90 miljoen tot +43 miljoen euro over een periode van vijf jaar daarna. Het gaat hier vooral om gemaakte kosten voor slachtofferhulp en om niet-gemaakte kosten in de strafrechtketen in de scenario’s waar minder misdrijven worden opgespoord.
Doorberekening met Prognosemodel Justitiële Ketens
De vijf scenario’s in het onderzoek zijn gebaseerd op de omvang en gevolgen van de overstromingen in Valencia (Spanje) in 2024. In alle scenario’s wordt aangenomen dat het totaal aantal politieagenten op landelijk niveau niet verandert, dat politieagenten en hun gezinnen ook zelf slachtoffer kunnen zijn en daardoor minder beschikbaar, dat er meer criminaliteit is en dat veel leerlingen niet naar school kunnen, wat tot een potentiële overtreding van de Leerplichtwet zou kunnen leiden. In de scenario’s wordt gevarieerd met de inzet van de politie op opsporing en het aantal verdachten.
De vijf scenario’s zijn doorberekend met de hulp van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) van het WODC. Dit model is ontwikkeld voor het maken van ramingen van de capaciteitsbehoefte van de justitiële ketens, zoals het aantal verdachten, het aantal zaken bij het OM en het aantal gevangeniscellen. Deze ramingen worden elk jaar geactualiseerd en bieden inzicht in de toekomstige trends. Met deze informatie kunnen beleidsmatige en financiële beslissingen onderbouwd gemaakt worden.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.