Een van de zeven kennislijnen van het WODC onderzoekt ‘strafrechtelijke interventies’. Die worden ingezet als iemand een strafbaar feit pleegt en gaan van een verplichte gedragstraining tot een celstraf. Dragen deze interventies bij aan het belangrijkste doel dat justitie heeft: de samenleving veilig houden? Kennislijncoördinator Maria Berghuis vertelt meer over haar kennislijn en waarom die recent een nieuwe naam kreeg.
Beeld: © WODC
De kennislijn heette eerst Straffen en Maatregelen. Waarom de verandering?
‘De oude naam van onze kennislijn gaf de indruk dat specifieke straffen of maatregelen zelf centraal stonden in onze kennislijn. Terwijl we juist steeds meer onderzoek doen naar de werking van deze interventies en hoe ze bijdragen aan gedragsverandering bij de mensen die een strafbaar feit pleegden. Er zijn veel verschillende interventies. Naast een taak- en gevangenisstraf kunnen mensen ook een verplichte gedragstraining krijgen opgelegd, onder reclasseringstoezicht worden gesteld of een enkelband krijgen. Ook het betalen van schadevergoeding aan slachtoffers is bijvoorbeeld een interventie.’
Wat is het belang van onderzoek naar ‘strafrechtelijke interventies’?
‘Deze interventies kunnen diep ingrijpen op vrijheden en rechten van mensen. Ze kunnen een grote impact hebben op de personen die ze ondergaan, maar ook op de slachtoffers en de samenleving. Denk aan gevolgen voor werk, gezin, gezondheid en het stigma dat iemand krijgt. Het is belangrijk om te weten of deze interventies echt bijdragen aan de veiligheid van de samenleving, want dat is het hoofddoel van justitie.’
Hoe pakt de kennislijn dat aan?
‘We doen met name evaluatieonderzoek. Bereiken de interventies het gewenste effect, voor wie, op welke manieren en onder welke omstandigheden? Iemand die een delict begaat, stopt meestal niet in één keer. Dat gaat vaak in verschillende stappen, met vallen en opstaan. Daarom is het belangrijk om niet enkel te kijken naar een straf, maar proberen die te plaatsen in wat verder in iemands leven gebeurt.
We onderzoeken bijvoorbeeld de basisvoorwaarden die nodig zijn voor een ex-gedetineerde persoon om goed te kunnen re-integreren in de samenleving. Als iemand na een gevangenisstraf geen werk of woning heeft, is de kans groot dat die weer een strafbaar feit pleegt. Van de mensen die uit detentie komen, pleegt nu bijna de helft binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit. Het terugdringen van recidive draagt echt bij aan een veiligere samenleving. ’
Wat zijn de belangrijkste onderzoeksthema’s binnen de kennislijn?
‘Op dit moment doen we veel onderzoek naar gevangenisstraffen, vrijheidsbeperkende sancties, huiselijk geweld en kindermishandeling. Er loopt nu bijvoorbeeld een groot onderzoek naar vrijheidsbeperkende sancties, dat wij samen met het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) uitvoeren: SANCTION. We volgen voor het eerst langdurig ongeveer 2.000 jongeren en volwassenen die een werkstraf, voorwaardelijke straf met toezicht of Halt-interventie krijgen. Ook ouders van jongeren worden bij het onderzoek betrokken.
Een belangrijk onderdeel van ons onderzoek is dat we op regelmatige basis de recidive meten. Hierin hebben we veel expertise opgebouwd. We beschikken over veel ‘gepseudonimiseerde’ data over de hele criminele carrière van personen in Nederland, wat wereldwijd uniek is. Daarnaast doen we onderzoek naar specifieke interventies, zoals effecten van wijkrechtspraak en mediation in strafzaken.’
Lees meer over de nieuwe en recent afgeronde onderzoeken op de pagina Kennislijn Strafrechtelijke Interventies.