Het strafrecht pakt ongunstiger uit voor verdachten met een zwakkere sociaaleconomische positie. Zij krijgen gemiddeld zwaardere straffen. Ongelijke uitkomsten in het strafrecht wijzen niet noodzakelijk op onwettig onderscheid. Het Nederlandse strafrecht biedt immers ruimte voor maatwerk, waarbij de persoonlijke situatie van de verdachte mag worden meegewogen. Maar door een optelsom van factoren, is er volgens WODC-onderzoekers sprake van een structureel ongunstigere positie voor deze groep mensen.

Rapport Vinkjes in het strafrecht?Rapport Scherp op selectiviteit

Dit blijkt uit twee vandaag verschenen WODC-rapporten: Vinkjes in het strafrecht? en Scherp op selectiviteit. Eerder verscheen het rapport Van verdenking tot vrijheidsstraf, dat gaat over etnische selectiviteit. Aanleiding voor het onderzoek zijn twee moties uit de Tweede Kamer, een over oververtegenwoordiging van personen met een niet-westerse achtergrond in de strafrechtketen en een andere over ‘klassenjustitie’ in Nederland.

Minder vaak voor de rechter

Het rapport Vinkjes in het strafrecht geeft een cijfermatig inzicht in patronen van ongelijkheid. Het soort en de hoogte van straffen worden daarin gerelateerd aan vier sociaaleconomische kenmerken van verdachten: opleidingsniveau, arbeidsmarktstatus, huishoudinkomen en woonstatus.

Verdachten met gunstigere sociaaleconomische kenmerken worden bij vergelijkbare delicten niet mínder vaak gestraft dan andere groepen. Maar hun strafbare feiten worden wel vaker via het Openbaar Ministerie afgedaan en komen minder vaak voor de rechter. Deze vroege ‘sortering’ in de strafrechtketen kan resulteren in meer zichtbare straffen voor verdachten met een zwakkere sociaaleconomische positie. Alleen rechtszittingen zijn in principe namelijk openbaar. Die sortering kan daarnaast gevolgen hebben voor de zwaarte van de straffen: alleen de rechter kan een gevangenisstraf opleggen.

Hogere straffen

In de praktijk blijkt dat verdachten met een zwakkere sociaaleconomische positie bij vergelijkbare soorten delicten inderdaad gemiddeld váker gevangenisstraf en méér dagen gevangenisstraf krijgen. Verdachten met een sterkere sociaaleconomische positie krijgen vaker een geldboete, en de hoogte van de boetes is voor deze groep gemiddeld lager.

Kijkend naar het volledige pakket aan sancties kan dit resulteren in substantiële verschillen in strafhoogte. Migratieachtergrond heeft bij strafrechtelijke uitkomsten minder invloed dan sociaaleconomische kenmerken.

Beeld: © Rijksbeeldbank

Scherp op selectiviteit

Uit gesprekken met professionals uit het werkveld blijkt dat er verschillende afwegingen worden gemaakt bij de straftoemeting. Beslissers houden onder meer rekening met vooruitzichten van de verdachte en mogelijkheden tot resocialisatie. Dat blijkt uit het tweede, aanvullende onderzoek, Scherp op selectiviteit, dat bestaat uit interviews en focusgroepen met professionals in en rondom de strafrechtketen.

De beslissers in het strafrecht zien vaker mogelijkheden voor alternatieve of lagere straffen als er verzachtende omstandigheden zijn, bijvoorbeeld als iemand een baan heeft. De kans op resocialisatie lijkt dan groter. Ook proceshouding speelt een rol. Mensen die communicatief sterker zijn en de systemen beter kennen, komen beter over. Maar als deze zaken structureel meespelen, leidt dat toch tot minder gunstige uitkomsten voor mensen met een zwakkere sociaaleconomische positie.

Er is veel ruimte voor maatwerk, maar er worden relatief weinig eisen gesteld aan de strafmotivering. Professionals blijken onderling van mening te verschillen over hoe persoonlijke omstandigheden en proceshouding – hoe een verdachte zich opstelt tijdens het proces – moeten worden meegenomen bij afdoeningsbeslissingen.

Reflectie

Volgens de onderzoekers nodigen de bevindingen uit tot nadere reflectie op de inrichting van het strafrecht in een steeds meer diverse en sociaaleconomisch ongelijke samenleving. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag wat juridisch toelaatbaar is, maar ook om bredere normatieve opvattingen binnen het veld en de samenleving over welke uitkomsten wenselijk en rechtvaardig zijn.

Adviezen voor minder ongelijkheid

De onderzoekers formuleren tien concrete handelingsperspectieven om ongewenste vormen van selectiviteit in het strafrecht tegen te gaan. Een deel daarvan richt zich op individuele gedragsverandering, zoals trainingen voor professionals die empathie, reflectie en communicatieve vaardigheden versterken. Daarnaast vragen zij aandacht voor meer systeemgerichte maatregelen, zoals een herijking van modellen die worden gebruikt om toekomstig crimineel gedrag te voorspellen, blinde(re) zaakverwerking en een strengere motiveringsplicht en structurele monitoring van strafrechtelijke uitkomsten in relatie tot sociaaleconomische positie en etniciteit.

Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.