Mensen met een zwakkere sociaaleconomische positie krijgen gemiddeld zwaardere straffen, blijkt uit recent gepubliceerd WODC-onderzoek. Op verzoek van de onderzoekers analyseerden Marloes van Noorloos van Universiteit Leiden en Mojan Samadi van Universiteit Utrecht op welke punten dit in strijd is met beleid, wetten en rechten.
Ongelijke uitkomsten in het strafrecht wijzen niet noodzakelijk op onwettig onderscheid. Het Nederlandse strafrecht biedt immers ruimte voor maatwerk, waarbij de persoonlijke situatie van de verdachte mag worden meegewogen. Maar door een optelsom van factoren, is er volgens WODC-onderzoekers sprake van een structureel ongunstigere positie voor deze groep mensen. Zie nieuwsbericht: Verdachten met zwakkere sociaaleconomische positie krijgen hogere straffen.
Beeld: © Rijksoverheid
Verdiepende analyse
Marloes van Noorloos en Mojan Samadi maakten een uitgebreide analyse van de juridische en normatieve duiding van het onderscheid. Kunnen het verschil in strafmaat en de verschillende aspecten in het strafrecht die daartoe leiden, in strijd zijn met rechten, beleid en wetten? In hoeverre is het gelegitimeerd in het licht van het gelijkheidsbeginsel?
Volgens de auteurs brengt de geobserveerde selectiviteit en ongelijkheid in de strafrechtspleging diverse fundamentele juridische consequenties en risico's met zich mee. Zij noemen onder meer het verbod van discriminatie op grond van herkomst en sociaaleconomische positie.
Lees hier de hele juridische analyse.