Als seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen religieuze gemeenschappen plaatsvindt, dan kan dit voor slachtoffers extra ingrijpend zijn en leiden tot aanvullende hulpbehoeften. Hierop moeten zowel hulpverlening als religieuze gemeenschappen beter afstemmen. Alhoewel het bewustzijn over seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen veel religieuze gemeenschappen de laatste twintig jaar is toegenomen, zijn er blijvende aandachtspunten. Onder andere op het gebied van kennisontwikkeling en -deling bij lokale gemeenschappen en de omgang met slachtoffers zijn verbeteringen mogelijk.
Religie kan een belangrijke rol spelen in het leven van mensen, en voor sommigen is religie verweven met alle aspecten van hun leven en is de betrokkenheid bij de religieuze gemeenschap groot. De impact van seksueel grensoverschrijdend gedrag kan dan ook groot zijn op zowel het slachtoffer als de religieuze gemeenschap. Daarom heeft het WODC een breed onderzoek uitgevoerd naar seksueel grensoverschrijdend gedrag in verschillende religieuze gemeenschappen in Nederland. Het onderzoek is bedoeld om een actueler beeld te verkrijgen van hoe vaak dit voorkomt, wat de specifieke hulpvraag is van de slachtoffers van dit gedrag, welke hulp ze krijgen en hoe met hen wordt omgegaan. Het onderzoek laat ook zien door welke factoren en wisselwerking tussen dader, slachtoffer en gemeenschap deze omgang wordt beïnvloed.
De onderzochte gemeenschappen behoren tot het boeddhisme, christendom, hindoeïsme, de islam en het jodendom, waarbij binnen het christendom nog verder onderscheid gemaakt is in de Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen, evangelische en pinksterbeweging, migrantenkerken (waaronder de Anglicaanse Kerk en oosters-orthodoxe kerken), protestantse kerken en de Rooms-Katholieke Kerk.
Tijdens het onderzoek zijn onder andere interviews met slachtoffers, hulpverleners, experts en vertegenwoordigers van de religieuze gemeenschappen gehouden en is een panelstudie uitgevoerd. Daarnaast is via een uitgebreide literatuur-/documentenstudie verkend of in de afgelopen twintig jaar binnen religieuze gemeenschappen protocollen, voorlichting en regels zijn ontwikkeld en aangepast met als doel om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen of hier zo goed mogelijk mee om te gaan als het toch plaatsvindt.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag verwijst in dit onderzoek naar elke vorm van ongewenst seksueel gedrag dat de fysieke of emotionele grenzen van een ander schendt. Dit kan variëren van ongewenste aanrakingen, seksuele opmerkingen, tot het sturen van seksueel getinte berichten maar ook vormen van seksueel geweld zoals verkrachting of aanranding.
Beeld: © Pixabay
Aanvullende hulpbehoeften
Seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze context kan extra impact hebben op een slachtoffer, omdat de religieuze gemeenschap juist als veilige plek voelde. Ook kunnen vragen opkomen zoals: Hoe kan het dat God het seksueel grensoverschrijdende gedrag heeft laten gebeuren? Slachtoffers in dit onderzoek beschrijven dat hun vertrouwen in zaken zoals het godsbeeld, rituelen of opvattingen over goed en kwaad zijn afgenomen na een ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Niet alleen het geloof zelf, maar ook de religieuze gemeenschap wordt als onveilig en onbetrouwbaar ervaren. Dat heeft als gevolg dat de betrokkenheid bij die gemeenschap bij de meeste slachtoffers vermindert of volledig verdwijnt. Vooral als seksueel grensoverschrijdend gedrag op jonge leeftijd plaatsvond en gedurende langere tijd aanhield, kan de impact ervan zich een leven lang op verschillende momenten en manieren uiten. Dit kan betekenen dat slachtoffers meerdere keren opnieuw behoefte hebben aan erkenning, aandacht en ondersteuning, zowel binnen hulpverlening als de religieuze gemeenschap.
Aanbevelingen
In het rapport is een groot aantal aanbevelingen opgenomen die zijn gericht aan zowel de overheid, religieuze gemeenschappen als hulpverleners. Bijvoorbeeld deze:
Gemeenschappen met meer ervaring en voorzieningen tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen andere gemeenschappen inspireren en op weg helpen bij het instellen daarvan. De onderzoekers raden de overheid aan dit proces te faciliteren door verschillende partijen samen te brengen en waar mogelijk middelen en expertise beschikbaar te stellen. Belangrijk daarbij is wel dat de grenzen van de scheiding tussen kerk en staat intact blijven.
Religieuze gemeenschappen worden aangeraden om procedures rondom slachtofferhulp in te richten of te verbeteren en bij scholing van religieuze leiders te zorgen voor een structureel kennisaanbod over seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsverhoudingen. Ook kunnen zij slachtofferbelangen meer voorop stellen (dan de dader of het imago van de gemeenschap) en zorgen voor een onafhankelijke evaluatie van daders om herhaling tegen te gaan.
Aan de hulpverlening wordt aangeraden om structureel aandacht te besteden aan religie- en cultuursensitieve hulpverlening in opleidingen, nascholing en supervisie. Daarbij is het van belang dat hulpverleners kennis hebben van de specifieke gevolgen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen. Ook wordt hen aangeraden om religieuze leiders in te schakelen bij religieuze vragen.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.