Bepaalde gedetineerden zetten hun criminele praktijk voort vanuit de gevangenis en gaan daar waarschijnlijk mee door als hun straf erop zit. Om de samenleving tegen deze hoogrisico-gedetineerden te beschermen, zijn in Nederland recent al veel maatregelen genomen. Die maatregelen grijpen diep in op de grondrechten en vrijheden van gedetineerden en of ze ook effectief zijn, is nu niet duidelijk. Andere landen hebben geen pasklare aanvullende maatregelen. Nieuwe maatregelen zou voor Nederland neerkomen op pionieren, met verdere inperking van grondrechten en vrijheden tot gevolg. Dit is hachelijk binnen ons rechtsstelsel. Ga eerst de genomen maatregelen evalueren voordat er wordt nagedacht over verdere aanscherpingen of aanvullingen, is het advies uit verkennend onderzoek.
In opdracht van het WODC onderzochten de Rijksuniversiteit Groningen en de Erasmus Universiteit Rotterdam gezamenlijk de mogelijkheden binnen en buiten Nederland om te voorkomen dat criminele activiteiten tijdens en na detentie worden voortgezet (preventieve maatregelen). Het gaat daarbij om (ex-)hoogrisico-gedetineerden, die (voorheen) in een extra beveiligde inrichting (EBI) of een afdeling voor intensief toezicht (AIT) verblijven of verbleven.
Het onderzoek is een toezegging van de minister van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer. Het is onder andere gerelateerd aan het eerder verschenen WODC-onderzoek over het 41-bis detentieregime dat men toepast in Italië.
Beeld: © Rijksoverheid
Maatregelen in en na detentie
In Nederland zijn al veel maatregelen genomen om criminele activiteiten vanuit of na detentie te voorkomen. Zo zijn in detentie de criteria verruimd voor plaatsing in zowel de EBI als nieuwe AIT’s, waar interne vrijheden en contactmogelijkheden beperkt zijn. Ook zijn aanvullende maatregelen genomen, zoals invoering van het vier-ogenprincipe, beperkingen in communicatie met advocaten, het uitoefenen van visueel toezicht op advocatenbezoek en de mogelijkheid voor de minister om individuele gedetineerden extra beperkingen op te leggen. Tevens is de monitoring van criminele netwerken verbeterd door samenwerking tussen de Dienst Justitiele Instellingen, het Openbaar Ministerie en de politie (via onder meer de Detentie Intelligence Unit).
Ook worden risico’s beheerst via de juridische mogelijkheden van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel en de voorwaardelijke invrijheidstelling. Wel komt naar voren dat deze nog niet optimaal worden benut. Bovendien zijn ze grotendeels generiek en niet specifiek (door)ontwikkeld voor de complexe doelgroep van hoogrisico-gedetineerden.
Een effectieve aanpak voor re-integratie van hoogrisico-gedetineerden kan (nog) niet worden overgenomen uit het buitenland en vraagt om verdere (nationale) ontwikkeling. Ook is er internationaal geen instrument beschikbaar dat goed risico’s kan inschatten bij deze groep gedetineerden.
Conclusies en aanbevelingen
In het onderzoek wordt aanbevolen om eerst de (nieuwe) mogelijkheden te evalueren - ook ten aanzien van de balans tussen veiligheid en rechten van gedetineerden - lvorens na te denken over verdere aanscherpingen en/of aanvullingen.
Tevens wordt geconcludeerd dat Nederland internationaal ‘voorop’ loopt en daardoor voor eventuele aanvullende maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van re-integratie en resocialisatie, zelf moet gaan pionieren. Nu dat pionieren veelal ziet op verdere inperking van grondrechte en vrijheden is dit volgens de onderzoekers per definitie precair.
Daarbij wordt aanbevolen om een reële, geleidelijke afschalingsstrategie naar een minder ingrijpend detentieregime te ontwikkelen, met meer vrijheden en mogelijkheden voor resocialisatie. En daarbij ook inzicht te ontwikkelen in benodigde toezichtsmaatregelen en risicoverlagende interventies ten aanzien van deze groep gedetineerden.
Ook raden de onderzoekers aan om bepaalde ontwikkelingen in Canada op het gebied van risico-inschatting en interventies en Zweden (preventieve detentie) nader te onderzoeken, evenals werkzame factoren in succesvolle re-integratie van hoogrisico-gedetineerden.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.