Een nieuwe werkwijze moet hulp voor slachtoffers van seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag effectiever en efficiënter organiseren. De nieuwe werkwijze richt zich op een uniform werkproces bij het eerste contact met het slachtoffer, triage ofwel beoordeling door een multidisciplinair team en één regiehouder per casus. Uit een evaluatie blijkt dat de werkwijze aanknopingspunten biedt om de samenwerking tussen organisaties en de ondersteuning aan slachtoffers te verbeteren, maar dat effecten nog niet kunnen worden vastgesteld. Daarvoor is doorwerking in de praktijk nog te beperkt en zijn belangrijke randvoorwaarden, zoals de regierol nog onvoldoende eenduidig ingevuld. 

Lees het hele rapport

In opdracht van het WODC evalueerde Regioplan, in samenwerking met het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), de praktijktest van een nieuwe werkwijze in het hulplandschap rondom seksueel geweld. De werkwijze is ontwikkeld door het Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis, Slachtofferhulp Nederland, Perspectief Herstelbemiddeling, het Openbaar Ministerie en de politie in samenwerking met de ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Beeld: © WODC / Pixabay

Deze evaluatie richt zich op de ervaren meerwaarde van de werkwijze in de ondersteuning aan slachtoffers van seksueel geweld, vanuit het perspectief van uitvoerende professionals, slachtoffers en naasten. De praktijktest (pilot) vond plaats in de regio’s Den Haag en Oost-Brabant, in de periode van september 2025 tot en met februari 2026.

Belangrijkste bevindingen

Uit de evaluatie van de pilot blijkt dat de werkwijze aansluit bij bestaande kennis over slachtoffergerichte ondersteuning, samenwerking tussen organisaties en regievoering. Tegelijkertijd laat de evaluatie zien dat de werkwijze in de pilot nog beperkt doorwerkte in de praktijk. Professionals waren zich de werkwijze nog eigen aan het maken en vulden onderdelen, zoals de regierol, op verschillende manieren in.

Door de korte looptijd van de pilot bevond deze zich in een vroege fase. Daardoor kunnen nog geen uitspraken gedaan worden over effecten voor slachtoffers. De evaluatie geeft vooral inzicht in eerste ervaringen en noodzakelijke randvoorwaarden voor verdere implementatie.

Professionals ervaren vooral meerwaarde in kortere lijnen, beter onderling contact en een bredere blik op casussen; voor structurele samenwerking is echter meer nodig dan een overlegstructuur. Ook slachtoffers en naasten benadrukken het belang van duidelijke informatie, terugkoppeling en één herkenbaar aanspreekpunt.  

Bredere invoering van de werkwijze vraagt om verdere uitwerking en borging. Het gaat onder meer om een eenduidige invulling van de regierol, het doel en de afbakening van het triage-overleg, voldoende capaciteit en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en werkprocessen.

Aanbevelingen

De aanbevelingen richten zich op de voorwaarden waaronder bredere implementatie kan plaatsvinden, zoals:

  • Zorg voor actief bestuurlijk commitment en gezamenlijke doelen;
  • Geef professionals voldoende tijd, ruimte en mandaat om volgens de werkwijze te werken;
  • Maak duidelijke keuzes over de positionering van de werkwijze binnen bestaande samenwerkingsstructuren;
  • Concretiseer de regierol, het doel van het multidisciplinair triage-overleg en afspraken over informatie-uitwisseling, besluitvorming, opvolging en het inbrengen van casussen. 
  • Ondersteun professionals bij het anders uitvoeren van hun werk, bijvoorbeeld met training, intervisie en casusreflectie;
  • Formuleer landelijke kwaliteitsuitgangspunten, met ruimte voor regionale invulling;
  • Monitor verdere invoering vanuit een lerend perspectief, met aandacht voor samenwerking en ervaringen van slachtoffers van seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.