Via sociale media kunnen (des)informatie, geruchten en oproepen zich snel verspreiden en zij spelen een belangrijke rol bij openbare ordeverstoringen. Voor overheden roept dit de vraag op hoe zij hiermee moeten omgaan, zonder fundamentele rechten - zoals de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht - uit het oog te verliezen. Het WODC liet daarom onderzoeken hoe een aantal andere Europese landen omgaat met deze online aangejaagde ordeverstoringen.
Het onderzoek is uitgevoerd door Onderzoeksbureau EMMA. Het laat zien dat openbare ordeverstoringen waarin sociale media een rol spelen, veel verschijningsvormen kennen. Ze verschillen in aanleiding, mobilisatie, verloop en impact. Het tegengaan van online aangejaagde ordeverstoringen vergt dan ook een zorgvuldig uitgebalanceerde combinatie van verschillende aanpakken. Die kunnen zich richten op preventie en weerbaarheid, regulering en toezicht, informatie en analyse of handhaving en repressie. Uit de analyse van buitenlandse aanpakken is een aantal lessen te trekken voor Nederland.
Beeld: © Pixabay
Typen aanpakken
Op basis van de analyse van een groot aantal aanpakken in Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Frankrijk en Duitsland onderscheiden de onderzoekers vier clusters:
- Preventieve en maatschappelijke aanpakken die zich richten zich op het voorkomen van escalatie door versterking van weerbaarheid en focus op maatschappelijke dynamiek. Ze grijpen vroeg in en werken via netwerken van publieke en maatschappelijke actoren.
- Regulerende en toezichthoudende aanpakken die zich richten op het stellen en handhaven van regels voor de online omgeving, met name voor platforms. Deze aanpakken worden ook steeds meer gekaderd in Europese wetgeving.
- Informatie- en intelligencegerichte aanpakken die zich richten op het verkrijgen en duiden van informatie over online dynamiek, vaak vlak vóór of tijdens escalatie. Ze maken het mogelijk om patronen te herkennen, dreigingen te duiden en gericht te handelen.
- Handhavings- en repressieve aanpakken die zich richten op het direct ingrijpen en sanctioneren van strafbaar gedrag. Ze zijn het meest zichtbaar en concreet, maar ook sterk afhankelijk van timing, bewijspositie en maatschappelijke acceptatie.
Lessen
De lessen wijzen op het belang van een gelaagde aanpak. De uitdaging ligt niet in het ontwikkelen van nieuwe bevoegdheden, maar in het vermogen om bestaande instrumenten in samenhang, proportioneel en lerend in te zetten.
Les 1. Online is onderdeel van openbare orde; de relevante vraag is niet óf online communicatie een rol speelt, maar hoe die rol eruitziet en welke gevolgen dat heeft voor het verloop van een incident.
Les 2. Stem de aanpak af op het type incident; hou rekening met aanleiding, mobilisatie, snelheid van escalatie en betrokken netwerken bij het kiezen van een combinatie van interventies, zowel voorafgaand aan als na afloop van een incident.
Les 3. Zorg voor een breed repertoire aan aanpakken van preventie, regulering, informatievergaring, samenwerking en handhaving, waarbij per situatie de juiste combinatie wordt gekozen.
Les 4. Grondrechten zijn het uitgangspunt; bescherming van fundamentele rechten, zoals vrijheid van meningsuiting en demonstratievrijheid, vormt het vertrekpunt van overheidsoptreden. Zowel monitoring als repressie moeten zorgvuldig worden afgewogen vanwege hun mogelijke effecten op vertrouwen, legitimiteit en gedrag.
Les 5. Ontwikkel en evalueer preventieve aanpakken, want er is nog weinig bekend over de effectiviteit van dergelijke interventies, waardoor systematische monitoring en evaluatie noodzakelijk zijn.
Les 6. Werk als overheid, politie, justitie, maatschappelijke organisaties, platforms en andere partijen structureel samen bij signalering, duiding en optreden. Want online aangejaagde openbare-ordeverstoringen raken verschillende domeinen waardoor afzonderlijke organisaties nooit over het volledige beeld beschikken.
Les 7. Reguleer platforms en spreek hen aan op hun verantwoordelijkheid, want zij beïnvloeden actief hoe informatie zich verspreidt en hoe mobilisatie plaatsvindt.
Les 8. Creëer een lerende praktijk, want over de werking en effectiviteit van veel aanpakken is nog relatief weinig bekend. Een duurzame aanpak vraagt daarom om continue kennisontwikkeling, evaluatie en bijstelling van beleid, zodat ervaringen uit incidenten systematisch kunnen worden benut. Nederland kan hierin een voortrekkersrol vervullen.
Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.