De rechter kan verdachten met psychische problemen, verslavingen of een verstandelijke beperking forensische zorg opleggen. Zoals ambulante behandeling, beschermd wonen of opname in een kliniek. Om te voorkomen dat ze terugvallen, is het belangrijk dat er daarna een goede aansluiting is met reguliere zorg. Het WODC brengt dat in kaart. Uit het eerste onderzoek blijkt onder meer dat een derde van de forensische patiënten na afloop reguliere zorg krijgt. Of dat voldoende is en of ze de juiste zorg krijgen, is nu niet bekend. Daarvoor is eerst een centrale registratie van de zorgbehoefte van patiënten na afloop van forensische zorg nodig.

Beeld: © Shutterstock

De aansluiting tussen de twee typen zorg gaat niet alleen over de ‘nazorg’. Veel van deze veroordeelden hebben al voor ze met het strafrecht in aanraking kwamen reguliere zorg gekregen. Het WODC bracht het hele traject in beeld: reguliere zorg voor, tijdens en na het forensisch zorgtraject.

Continuïteit in de aansluiting tussen strafrechtelijke en reguliere zorg beter waarborgen, is een van de hoofddoelen van de Wet forensische zorg. Een goede aansluiting draagt bij aan het herstel van de forensisch patiënten en helpt voorkomen dat ze opnieuw een delict plegen. En dat zorgt voor een veiligere samenleving.

Uniek inzicht

Cijfermatig was hierover tot nu toe weinig bekend. Het lukte de onderzoekers voor het eerst om een koppeling te maken tussen verschillende soorten bestanden met geanonimiseerde gegevens van patiënten uit de forensische en uit de reguliere zorg. Daarmee biedt dit onderzoek een unieke cijfermatige inkijk in de continuïteit van zorg op landelijk niveau.

Reguliere zorg is uitgesplitst naar ggz op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw), ondersteuning door gemeenten op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en langdurige zorg op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz).

Beeld: © WODC

Verwevenheid en kwetsbaarheden

Ruim een derde van forensische patiënten krijgt door de tijd heen afwisselend forensische zorg en reguliere zorg.  Voorafgaand aan de strafoplegging hebben mensen bijvoorbeeld al ondersteuning vanuit de ggz gekregen. Aan het begin of eind van een forensisch zorgtraject is er vaak overlap, wat kan duiden op een goede overdracht. Dat is belangrijk, want de overgang van het ene naar het andere type zorg is een kwetsbaar moment. De continuïteit van de zorg staat dan het meest op het spel. Dat geldt ook voor de overgang naar reguliere zorg na afloop van de forensische zorg.

Wat meespeelt is dat er mensen zijn die geen zorg willen, ook al hebben ze die nodig, de zogenoemde zorgmijders. De onderzoekers adviseren onder meer om te investeren in domein-overstijgende preventie met initiatieven als bemoeizorg en levensloopaanpak.

Registratie patiëntgegevens

Het onderzoek schetst een breed beeld van de afwisseling tussen forensische en reguliere zorg, waar de overgangen en de kwetsbaarheden zijn. Wat de onderzoekers niet konden vaststellen is of de ‘nazorg’ voldoende is en of die past bij de behoeften die er zijn. Daarvoor zijn nu geen geschikte gegevens beschikbaar. Ze pleiten ervoor dat er een centrale registratie komt van de resterende zorgvraag na afloop van het forensisch traject. Met die informatie kan het WODC meer inzicht geven in de vraag of de aansluiting ‘doelmatig en doeltreffend’ is.

Bij dit rapport schreef het WODC deze aanbiednota.