De diversiteit onder migranten zonder verblijfsrecht in Nederland is groot. Ze hebben echter gemeen dat ze als gevolg van hun status tegen veel restricties aanlopen. Ook kunnen ze vaak geen gebruik maken van rechten die wel voor hen gelden. Doordat het beleid zich richt op terugkeer, komt de zorgplicht die Nederland heeft in het gedrang. De onderzoekers pleiten ervoor om, net als in sommige andere landen gebeurt, te bekijken of legalisatie van bepaalde subgroepen een oplossing biedt voor de soms schrijnende situaties.
Universiteit Utrecht deed samen met Erasmus Universiteit Rotterdam, in opdracht van het WODC, onderzoek naar de diversiteit onder migranten zonder verblijfsrecht in Nederland, de restricties waarmee ze te maken krijgen en de behoeften die er zijn op terreinen als arbeid, gezondheid, huisvesting, opleiding en sociale relaties. Naast een literatuurstudie, spraken de onderzoekers met twintig experts die met deze groep migranten werken. Naar aanleiding daarvan zijn twee subgroepen nader onderzocht: Surinaamse vrouwen en gezinnen met kinderen. Per groep zijn vijftien migranten geïnterviewd.
Restricties
Wat betreft nationaliteit, leeftijd, migratiemotief en leefomstandigheden is de onderzochte groep heel divers. Wat ze gemeen hebben is dat ze tegen een tal van restricties aanlopen. Ze mogen niet werken, hebben geen recht op verzekeringen of uitkeringen en ervaren problemen bij de toegang tot onderwijs. Ze hebben alleen recht op medisch noodzakelijke zorg. Daarnaast is het voor hen vaak moeilijk om aanspraak te maken op rechten die zij volgens nationaal en internationaal recht wél hebben. Zoals nabetaling van onterecht ingehouden loon of het ongedaan maken van onterecht verhoogde huur. Aangifte doen van uitbuiting of andere delicten brengt het risico met zich mee dat ze worden aangehouden of uitgezet.
Eigen onderhoud
Veel van deze migranten weten alsnog in hun eigen onderhoud te voorzien. Zij vinden toegang tot de informele economie, verwerven een inkomen, regelen huisvesting en geven zo op een relatief zelfstandige wijze vorm aan hun leven. Maar er zijn er ook die hier niet in slagen, bijvoorbeeld omdat het ze niet (meer) lukt om werk te vinden, omdat ze ziek zijn of omdat ze door hun leeftijd niet meer kunnen werken. Zij kunnen dan geen zelfstandig inkomen meer genereren en raken afhankelijk van hun sociale netwerk of van maatschappelijke organisaties.
Beleid gericht op terugkeer
Sinds de invoering van de Koppelingswet in 1998 is het beleid er expliciet op gericht om onrechtmatig verblijf zo moeilijk mogelijk te maken en migranten zonder verblijfsrecht uit te sluiten van voorzieningen. De gedachte hierachter is dat dit migranten ertoe aanzet het land te verlaten. Tot meer vertrek leidt dit niet direct, mede doordat landen van herkomst niet altijd meewerken aan terugkeer. Maar het beleid gericht op terugkeer leidt wel totminder aandacht voor de zorgtaak die de overheid heeft voor mensen die niet uitzetbaar zijn. Dit leidt volgens de onderzoekers tot schrijnende gevallen.

Beeld: © Rijksoverheid
Surinaamse vrouwen en gezinnen
Uit de interviews met de Surinaamse vrouwen blijkt dat zij over het algemeen een sterk sociaal netwerk hebben. Maar dat ze afhankelijk zijn van anderen trekt wel een zware wissel op het dagelijks leven. De onzekerheid en het gebrek aan autonomie zorgen voor mentale problemen en kan ook uitbuiting in de hand werken. Uit de interviews met gezinnen komt naar voren dat de ouders lange dagen werken en daardoor weinig tijd hebben voor hun kinderen. Ook wonen ze onder slechte omstandigheden. De kinderen gaan wel naar school, maar een vervolgopleiding kunnen doen is niet vanzelfsprekend.
Legaliseren bepaalde groepen
In andere landen komt het voor dat bepaalde groepen mensen worden gelegaliseerd, vaak om tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen. De onderzoekers adviseren om te onderzoeken of dit ook in Nederland kan bijdragen aan een duurzame oplossing voor zowel de arbeidsmarkt als de situatie van migranten zonder verblijfsrecht. Als het gaat om Surinaamse vrouwen zou legalisering niet alleen op basis van economische argumenten mogelijk kunnen zijn, maar ook op basis van de Nederlandse geschiedenis in Suriname en de gedeelde taal en cultuur. Het concept van postkoloniaal burgerschap zou volgens de onderzoekers een aanvullende norm kunnen bieden.
Bij het onderzoek ‘Nader zicht op Migranten zonder Verblijfsrecht: een diverse groep met uiteenlopende zorgen’ schreef het WODC deze aanbiednota.