Rechtszittingen worden in Nederland in principe in het openbaar gehouden vanwege diverse belangen, zoals een eerlijk proces en controle op de rechtspraak. Er is een aantal uitzonderingen waarbij de rechter kan besluiten een zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren te voeren. Bijvoorbeeld om de veiligheid en privacy van slachtoffers en professionele procesdeelnemers te beschermen. Er zijn echter ook andere manieren om deze groepen te beschermen, die een rechter al eerder in de procesgang kan toepassen. Het besluit tot een gesloten zitting vergt zorgvuldige afweging en moet goed kunnen worden uitgelegd.

In opdracht van het WODC onderzocht de Vrije Universiteit Amsterdam hoe in de rechtspraktijk de afweging wordt gemaakt tussen het beginsel van openbaarheid van zittingen ten opzichte van het belang van privacy en veiligheid van slachtoffers en de veiligheid van procespartijen. Ook onderzochten zij of er aanknopingspunten zijn om wetgeving en beleid hierover (verder) te ontwikkelen.

Aanleiding van het onderzoek waren Kamervragen over de mogelijkheden van slachtoffers om een zitting achter gesloten deuren te houden en de constatering dat de openbaarheid onder druk staat in zaken waarin het gaat om georganiseerde criminaliteit. In een aangenomen motie is vervolgens verzocht te laten onderzoeken of en hoe een geldig verzoek tot behandeling van een strafproces achter gesloten deuren ‘vaker gehonoreerd’ kan worden. De openbaarheid wordt daarom zowel vanuit het oogpunt van privacy als veiligheid onderzocht.

Belangen openbaarheid van zittingen

Het publieke karakter van zittingen beschermt procespartijen tegen rechtspraak zonder publieke controle en is een van de middelen om het vertrouwen in de rechtspraak te behouden. Het draagt bij aan een eerlijk proces. De waarheidsvinding wordt ermee gediend en de verdachte kan het gerecht als onafhankelijk en onpartijdig ervaren. De openbaarheid beschermt tegen willekeur en partijdigheid van de rechter. Publieke feedback, bijvoorbeeld door journalisten, kan bijdragen aan de kwaliteit van de rechtspraak en het begrip in de samenleving voor de complexiteit ervan. Deze belangen van openbaarheid benadrukken waarom bedachtzaam dient te worden omgegaan met het inperken van de openbaarheid van zittingen.

Beeld: © WODC

Alternatieven voor gesloten zittingen

Het Nederlands strafprocesrecht beschouwt het beperken van de openbaarheid van zittingen als ‘ultimum remedium’. Voordat een rechter kan besluiten tot een gesloten zitting, moeten alternatieve maatregelen worden overwogen en als onvoldoende worden beoordeeld. Denk aan beschermingsmaatregelen voor de veiligheid en privacy van slachtoffers en professionele procesdeelnemers. Zo kunnen persoonsgegevens van slachtoffers worden afgeschermd via bijvoorbeeld aangifte of verhoor onder nummer. Ook op de zitting kunnen beschermingsmaatregelen worden genomen die het contact tussen slachtoffers en daders beperken of voorkomen, bijvoorbeeld doordat het slachtoffer in de rechtszaal kan worden verhoord zonder daar aanwezig te zijn.

Bij professionele procesdeelnemers, zoals de rechter en officier van justitie, is het afschermen van de identiteit veel minder mogelijk. Uitgangspunt is dat zij hun functie in de openbaarheid uitoefenen. Praktische maatregelen zoals ‘verdunnen’, waarbij bijvoorbeeld niet één maar meerdere officieren van justitie aan een zaak werken en daarin optreden, kunnen bijvoorbeeld wel worden genomen.

Aanknopingspunten ontwikkeling beleid

Een gesloten zitting is een van de vele middelen om slachtoffers te beschermen tegen ‘herhaald slachtofferschap’. Beschikbaarheid en toepassing van die middelen beïnvloeden de discussie over het al dan niet besluiten tot gesloten zittingen. Ook kennis over de interpretatie van de wettelijke eisen die worden gesteld aan de beslissing om over te gaan tot een zitting achter gesloten deuren kan bijdragen aan de besluitvorming. Of dat leidt tot het ‘vaker honoreren’ van verzoeken tot behandeling achter gesloten deuren, zoals gesteld in eerdergenoemde motie, is aan de rechter. Die heeft de verantwoordelijkheid om op basis van de individuele omstandigheden van het geval en de noodzaak deze beslissing te nemen. Belangrijke vragen in dat verband zijn hoe de rechter de individuele beoordeling van de beschermingsbehoefte van het slachtoffer maakt, op grond waarvan en of de rechter voldoende handvatten heeft voor het maken van die beoordeling. In deze factsheet is dit stapsgewijs weergegeven.

Indien de rechter inderdaad besluit tot het sluiten van de deuren, verdient de motivering daarvan aandacht. Belangrijk daarbij is dat die beslissing zelf ook kenbaar en controleerbaar is.

Bij rapport ‘Externe openbaarheid in het strafproces in relatie tot belangen van privacy en veiligheid’ schreef het WODC deze aanbiednota.