| Projectnummer | 3631 |
|---|---|
| Type | Extern onderzoek |
| Betrokken organisatie(s) | Hogeschool Utrecht |
Samenvatting
Te veel mensen hebben (problematische) schulden en komen daar moeilijk uit. Er is breed aandacht voor de problematiek van problematische schulden. Schulden kosten de maatschappij minimaal 8,5 miljard per jaar. In het Regeerakkoord heeft het inmiddels demissionaire kabinet de ambitie uitgesproken om het stelsel van publieke en private invordering te verbeteren onder meer door de kosten van invordering minder snel te laten oplopen. De buitengerechtelijke incassokosten, ofwel kosten die een schuldeiser mag verhalen voor het innen van een schuld buiten de rechter om, zoals aanmaningen en telefoontjes, zijn onderdeel van de kosten van invordering. De schuldeiser kan een vergoeding vragen voor de ‘redelijke buitengerechtelijke kosten’, wat vereist dat niet alleen het maken van die kosten redelijk is, maar ook de omvang ervan redelijk is. Sinds 1 juli 2012 worden deze kosten genormeerd door de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (WIK) en het bijbehorende Besluit normering buitengerechtelijke incassokosten (BIK). Ook is met de WIK onder meer de verplichting ingevoerd om iemand die te laat is met betalen eerst een kosteloze betalingsherinnering te versturen voordat er incassokosten in rekening mogen worden gebracht (de zogenoemde 14-dagen-brief). De aanleiding voor de invoering van de WIK en BIK is gelegen in het rapport Mensen met schulden in de knel! uit 2008, waaruit blijkt dat de kaders die toen golden niet voldeden en problemen opleverden voor consumenten en schuldeisers. Aangezien problematische schulden nog steeds een groot maatschappelijk probleem zijn en de WIK en BIK niet eerder zijn geëvalueerd, is het van belang om te onderzoeken in hoeverre deze voldoen. Dit is de focus van deze evaluatie. Met de resultaten kunnen de kaders voor buitengerechtelijke incasso en de aanpak van de schuldenproblematiek worden verbeterd.