| Projectnummer | 3636 |
|---|---|
| Type | WODC-intern onderzoek |
Op 1 januari 2022 is de Wet versterking van de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit (hierna ‘Wet Ondermijning I’) in werking getreden. Deze nieuwe wet bevat wijzingen van het Wetboek van Strafrecht (Sr), het Wetboek van Strafvordering (Sv), de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc) de Opiumwet (Opw), de Wet op de economische delicten (WED) en de Wet wapens en munitie (WWM). De Wet Ondermijning I moet de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit versterken door een aantal bepalingen aan te passen en nieuwe maatregelen te introduceren. Het gaat om een strafmaatverhoging van bedreiging (artikel 285 Sr), een extra strafverhogingsgrond voor bedreiging van personen in bepaalde bijzondere posities (artikel 285 lid 5 Sr), een strafbaarstelling voor uithalers (artikel 138aa Sr) en een strafbaarstelling van drugsprecursoren (artikel 4a Wvmc). Wat betreft de maatregelen gaat het om de maatregel kostenverhaal (artikel 13d Opw, artikel 8 WED en artikel 56a WWM) en een uitbreiding van het strafrechtelijk executie onderzoek (artikel 6:4:22 Sv).
In dit onderzoek worden de bepalingen uit de Wet Ondermijning I geëvalueerd, behalve de strafbaarstelling drugsprecursoren. Dit onderdeel zal onderwerp van onderzoek zijn in een bredere evaluatie van drugswetgeving die op een later moment plaatsvindt. Voor de overige onderdelen zal gekeken worden naar het doel en de veronderstelde werking van de wet, de uitvoering van de wet in de praktijk en de vraag of de beoogde doelstellingen van de nieuwe wet behaald (kunnen) worden.