Onderzoeksgegevens
Projectnummer3656
TypeExtern onderzoek
Betrokken organisatie(s)Rijksuniversiteit Groningen

Samenvatting

De manier waarop mensen samen leven verandert door de tijd. Tot de jaren ’60 werd het hebben van seksuele relaties en voortplanting enkel maatschappelijk geaccepteerd binnen het huwelijk. Vanaf de jaren ’60 is echter een maatschappelijke ontwikkeling ingetreden die meer gericht is op individuele vrijheid. In de daarop volgende decennia hebben zich verschillende wijzigingen voorgedaan rond het burgerlijk huwelijk om hieraan tegemoet te komen. Een onderdeel van die maatschappelijke ontwikkeling is dat steeds meer mensen samen leven en kinderen krijgen zonder te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan. De wettelijke kaders die worden geboden voor het huwelijk en geregistreerd partnerschap zijn in die gevallen niet van toepassing, waardoor tijdens en bij het beëindigen van een relatie financiële en vermogensrechtelijke problemen kunnen ontstaan. Zo kan het zijn dat de financiële positie van de partner die meer zorgtaken voor kinderen heeft verricht en niet of minder heeft gewerkt onevenredig is verslechterd, omdat deze niet wordt gecompenseerd door de partner die meer heeft gewerkt en minder heeft gezorgd. Ook de belangen van kinderen kunnen in het gedrang komen, omdat niet altijd het verplichte ouderschapsplan opgesteld of anderszins (afdwingbare) afspraken over kinderalimentatie worden gemaakt. Dit kan ook het geval zijn wanneer er wel onderlinge afspraken worden gemaakt  maar deze niet toereikend blijken te zijn. 
Het doel van dit onderzoek is om na te gaan welke financiële en vermogensrechtelijke problemen informele samenlevers, in het bijzonder informele samenlevers met kinderen, ervaren tijdens en na de beëindiging van hun relatie. Daarnaast is het doel om te verkennen of deze problemen kunnen worden tegengegaan.
Dit onderzoek draagt bij aan de positie van informele samenlevers door inzichtelijk te maken welke problemen in de praktijk spelen en te verkennen hoe deze problemen kunnen worden tegengegaan. Daarbij wordt bekeken of een wettelijke voorziening voor informele samenlevers gewenst is